|
|
ZingenBoekomslag Alleen op de Wereld ZingenAls Sinterklaas in december, begin jaren vijftig, in het land was vroegen mijn broertje en ik aan moeder of we onze kous bij de kachel mochten leggen. Wij zetten nooit onze schoen bij de kachel. De kousen die wij droegen onder onze ribfluwelen plusfour broek waren door opoe gebreid. Zij kon heel goed breien op vier pennen en niet zo maar recht toe, recht aan, nee met allerlei vlakjes en bobbeltjes. Sinterklaasliedjes Als we onze kous
bij de kachel mochten leggen en sinterklaasliedjes hadden gezongen
zag je de volgende morgen aan de bobbel in de kous of er wat in
zat. Meestal was dat een chocolade kikker, muis of suikerbeestje
gewikkeld in een stukje krantenpapier. Het gekke was, dat als ik
mijn kous stiekem bij de kachel legde zonder dat aan moeder te
vragen er de volgende dag wel een bobbel in de kous zat, maar dat
was dan een steenkool verpakt in een stukje krantenpapier. Vijf
december zette mijn broertje en ik ’s avonds onze stoeltjes, die
vader voor ons had getimmerd, bij de kachel. We zongen met het hele
gezin vele sinterklaasliedjes en hoopten dat Sint cadeautjes zou
brengen als we in bed lagen. Er werd tijdens ons zingen met
pepernoten gestrooid zonder dat de kamerdeur open ging, heel
vreemd. Zoeken Mijn broertje en
ik mochten bij opa en opoe, die om de hoek van de Spoorstraat aan
de Havenweg woonden, ook onze kous leggen. We zongen daar ook voor
de kachel en toen we de volgende dag kwamen kijken lagen er geen
pakjes. Ik wist het wel, vast niet genoeg gezongen. Mijn broertje
deed namelijk zijn bek niet open tijdens het zingen, ik stond daar
maar alleen te galmen. ‘Misschien moeten jullie er wel naar
zoeken’, bedacht opoe, ‘kijk eens onder opa zijn stoel of onder de
buffetkast.’ Warempel, onder de buffetkast lagen twee pakjes waarin
twee spellen zaten die we trots thuis lieten zien. School Op school kwamen
Sint en Piet zelfs even langs in elke klas. Ik was altijd benauwd
dat ik bij Sint moest komen want er was altijd wel wat om mij ten
overstaan van de klas de les te lezen. En het werd mij ook altijd
kwalijk genomen dat ik niet kon zingen. ‘Ik hoor je niet’, zei
meester Lub (manke Piet) die in verband met ziekte toen tijdelijk
onze meester was, met zijn oor luisterend bij mijn mond. En ik zong
toch echt wel mee, misschien niet zo luid als thuis voor de
kachel. Leger des Heils Op zondagmiddag gingen we in de winter met de halve Havenkwartierbuurt naar het Leger des Heils op de hoek van de Dijk/Tussen Hel en Vagevuur. Vader en moeder wilden naar ‘ome Keesie’ op de radio luisteren, wij kregen twee centen mee voor de collecte en werden naar het Leger gestuurd. Daar moesten we ook zingen en bij het Leger zei men nooit dat ze mij niet hoorden. Ik zong daar ook gewoon mee: Een man bouwde zijn huis op het zand En de regen stroomde neer. En de regen stroomde neer En de vloed kwam op En de regen stroomde neer En de vloed kwam op En het huis stortte in met een plof En bij de plóf
klapte je hard in je handen. Cadeautjes Bij het Leger des Heils kregen we niet met Sinterklaas cadeautjes maar met Kerst. Voor de eerste keer in mijn leven kreeg ik een boek, een echt boek De Negerhut van Oom Tom en ook nog een etui met daarin een potlood, balpen en vulpen. Mijn broertje kreeg het boek Alleen op de wereld en ook dezelfde etui. En dat allemaal voor die twee cent! Onvergetelijk! |
|
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.