Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Trots op de Boerenhoek

Volgende Vorige Overzicht
Bron: Oud Enkhuizen +
Bron: Oud Enkhuizen

Trots op de Boerenhoek

Harm Willems is geboren en getogen in de Boerenhoek. Inmiddels is hij 83 en woont hij hier nog steeds, in de Davidstraat. Harm groeide op in een echt arbeidersgezin. Hij is gek op zijn stadje Enkhuizen, als er familie en kennissen op bezoek komen laat hij hen zijn favoriete deel zien, “dit is de Boerenhoek en ik ben er trots op”.

Kloeten in de polder
Volgens Harm is het moeilijk om je voor te stellen hoe het vroeger was in Enkhuizen. Vooral voor jongeren is het moeilijk, de stad en het leven waren heel anders.
“Binnen de vestingwallen stonden de huizen. Als je op de vesting stond, zag je de tuinderijen in de polder, allemaal stukken land doorkruist met slootjes. De tuinders woonden binnen de wallen, met naast hun huis hun boot en een schuur voor de opslag van tulpen en bollen. Via de bekende poortjes in de vesting, de Oude Gouwsboom en de Boerenboom, gingen alle boeren in bootjes kloetend naar het land.

Sommige stukken land waren wel drie kwartier varen! In Enkhuizen waren een stuk of tien veeboeren, zij hadden koeien op stal in de stad. En als de koeien dan naar het land moesten werden ze op een platte praam gezet, dit was een soort vaartuig waar ongeveer acht koeien in konden als zij kop aan kont stonden. Met twee man, één op de voorkant en één op de achterkant van de praam, werden de koeien naar het land gekloet. De meeste boeren hadden ongeveer tien koeien, dat was toen nog genoeg voor een inkomen.”

Erwten en bonen lezen
In 1929 was de eerste beurskrach en deze had wereldwijd gevolgen en die waren ook in Enkhuizen te merken. Er was hier bijna geen werk meer en het werk dat gedaan moest worden, was voor een “daalder en een brandje” volgens Harm. Maar er werd hard gewerkt in de Boerenhoek.

“We praten nu wel over een crisis, maar toen was het zoveel erger. Mijn vader was meestal werkloos en dan kreeg je negen gulden steun van de overheid. In de rooierstijd werkte je van vijf uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds bij een tulpenboer. Dan verdiende je zo’n 27 gulden, dat was een kapitaal! In andere tijden verdiende je zo’n veertien gulden per week. In de winter konden we van dat beetje geld net wat te eten kopen, maar als mijn schoenen kapot gingen moesten deze toch gemaakt worden. Mijn vader kon de schoenenmaker niet in één keer betalen, dus moest ik elke week twee kwartjes brengen om de ‘schuld’ af te lossen.”  

“Wij waren nog kinderen maar wij hielpen mee om de moeilijke tijd door te komen. Op zaterdagmiddag mocht ik voetballen, maar de andere dagen na schooltijd moest ik ‘erwten en bonen lezen’. De firma Sluis en Groot bracht een grote zak met bonen of erwten bij ons thuis, vervolgens haalde moeder de tafel leeg en gooide de inhoud van de zakken hierop. Wij moesten de slechte bonen eruit zoeken, op deze manier werd er wat extra verdiend. Mijn moeder was een ongeletterde vrouw, zo noemden wij dat, maar zij heeft ons gezin zonder schulden door die vreselijke tijd gebracht en daar ben ik haar ontzettend dankbaar voor.”

Van klas naar baas
“Op 1 april was op school altijd de wisseling van klassen, je ging bijvoorbeeld van de eerste naar de tweede klas. Op 1 april 1941 had ik geen juf of meester meer, maar een baas. Er was geen geld om door te leren dus ik moest gaan werken. Als 14-jarig jochie maakte ik werkweken van 60 uur, van maandag tot en met zaterdag van zes tot zes. In zo’n week verdiende ik 3 gulden vijftig. En vakantie had ik ook, welgeteld 1 dag per jaar met harddraverijdag!”
 
“Op het land was je altijd landarbeider, hier kreeg je het minst betaald en het was de laagste graad van degene die werkten. In die tijd werd al het werk nog met het lichaam gedaan, aardappelen pootten, tulpen koppen alles ging met de hand. Ik ben wel eens met een kromme rug naar huis gegaan nadat ik de hele dag gebukt had gewerkt. Na de oorlog ben ik dan ook op de werf gaan werken, daarna in de papierfabriek en vervolgens 26 jaar bij de Draka.”

Liefde op het land
“Ik werkte bij meneer van der Heijde en die een hele mooie dochter waar ik stapel verliefd op ben geworden. Ze was niet alleen de dochter van mijn baas maar ook nog vier jaar ouder! Er was een feestavond bij West Frisia en toen heb ik haar gevraagd om met me te dansen, zij had geen idee dat ik verdere plannen had. Als jochie had ik nooit verwacht dat ze verliefd op me zou worden, maar ze werd het wel. Ik heb het nooit begrepen, maar ik was er wel heel erg blij mee!”
Aan al het harde werken heeft Harm dus wel iets heel erg moois overgehouden.

Iris Vinkenborg

Met dank aan meneer Willems
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Commentaar op dit artikel:
1 reactie op dit artikel
  • Re: Trots op de Boerenhoek
    Gepost door Carrie Van der Molen, op 2/2/14
    Zelf, woonde ik: "Carrie van der Molen"op de hoek: "Drie Zalmen"Molenweg"naast de boerderij van de Familie Loots, als ik het goed heb onthouden.Als klein meisje was ik regelmatig in de koeien stal van één van de fam van Loots. te vinden. Weet nog precies hoe elk jaar de koeien met de praam naar een weiland werden ge bracht. Nog niet zo lang geleden heb ik "mijn"oude buurt op gezocht en ook mijn huis waar ik groot ben gebracht, de mensen die er nu in wonen waren zo vriendelijk mi even binnen te laten......natuurlijk herkende ik niets meer zoals het er ooit uit heb gezien.....ook de boerderij is nog wel heel mooi om te zien, maar is natuurlijk geen boeren bedrijf meer, woon al 33jaar in Zwaag, bij Hoorn, maar denk regelmatig aan "mijn"eigen Enkhuizen.

Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube