Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Slaaf in de voorouders

Volgende Vorige Overzicht
Avatar van op 14/10/09 door Marinus Schoen
Onderwerp: Genealogie geef reactie! Tell a friend 5432 Clicks Ongepast  
Rinus Schoen (blonde) 1942 en Klaas Schoen 1944 +
Rinus Schoen (blonde) 1942 en Klaas Schoen 1944

Slaaf in de voorouders

Boeginezen, een volk van het Indonesische eiland Sulawesi (Celebes) waren ook al in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) tijd ervaren scheepsbouwers, zeevarenden en handelslieden. Zij hadden handelsvestigingen op Sumatra, Kalimantan (Borneo) en Sumbawa. Zij vormden een machtsfactor waarmee de VOC terdege rekening moest houden. Soms werd er met de Boeginezen samengewerkt, maar ook maakten zij het de Nederlanders bijzonder lastig. Boeginezen kreeg een reputatie van zeerover. Door toedoen van Boeginezen leed de VOC soms aanzienlijke verliezen en werd er wel eens een complete bemanning van een zeeroversschip gevangen genomen en vervolgens als slaaf verkocht.

In juni 1722 vertrok het fluitschip Huis de Vlotter van de rede van Texel en arriveerde op 3 februari 1723 te Batavia. Er volgden enkele maanden waarin het schip ladingen vervoerde tussen diverse eilanden, totdat op 24 november 1723 de terugreis naar Patria begon. Aan boord waren twee passagiers, de buiten kwaliteit en gage gestelde onderstuurman Barend Bakker en de blinde ex-timmerman Jan Gietenmaker. Laatst genoemde zou ‘overvaren’, waarvoor daartoe gestelde transport- en kostgeld werd betaald. Het eerste gedeelte van de reis heeft Jan Gietenmaker tal van moeilijkheden en ongemakken op eigen kracht doorstaan. Wat zich vervolgens in de weken na aankomst op Kaap de Goede Hoop (11 maart 1724) met hem heeft afgespeeld, valt niet precies te achterhalen. Door ouderdom, blindheid en de tot dan toe doorstane ontberingen werd hij op Kaap de Goede Hoop verzorgd in het hospitaal. Daar kreeg hij de gelegenheid om zich te verzekeren van fysieke hulp en bijstand voor de laatste etappe van de reis.

Johanna van Romond, weduwe van hospitaalchirurgijn Pot op Kaap de Goede Hoop, bood Jan Gietenmaker aan om één van haar slaven te kopen: Cupido van Bougis. Deze ‘slavejongen’ kende enkele woorden Nederlands en had de blinde timmerman in het hospitaal verzorgd. Bougis, een verbastering van Boeginees, was een slaaf uit Celebes die op de Kaap terecht was gekomen. Het meenemen van slaven naar Patria was aan regels gebonden. Gietenmaker moest voor de koop toestemming vragen aan de bevoegde instanties op de Kaap. Zijn verzoek werd toegestaan en op 2 april lichtte Huis de Vlotter het anker.

Op 6 juli 1724 arriveerde in een vloot van 21 schepen Huis de Vlotter op de rede van Texel. Gegevens over sterfte onder de bemanningsleden ontbreken. Het overlijden van Jan Gietenmaker is in de archieven, ook na 1724 niet terug te vinden. Zodat niet is uitgesloten dat hij de reis ondanks de bijstand van zijn slaaf niet heeft overleefd.
Gezien de omvang van de vloot vertrok een groot aantal bewindhebbers naar Texel waaronder Frederik Lakenman van de VOC Kamer van Enkhuizen. De bewindhebbers dienden zich voorzien van voldoende gabuleurs (verantwoordelijk voor het overladen van de goederen op kleinere schepen voor vervoer over de Zuiderzee) en sjouwers, zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van de toestand van ladingen, bemanningen en passagiers. Wellicht is Lakenman ook aan boord gegaan van Huis de Vlotter en had daarbij het eerste contact plaats met de slaaf Cupido van Bougis.

In het jaar 1724, het jaar waarin Cupido van Bougis in Nederland arriveerde verscheen het eerste deel van het bekende boek Oud en Nieuw Oost Indiën van predikant Francois Valentijn (Dordrecht, 1666) die van 1685 tot 1713 in Indië verbleef. Bewindhebber Frederik Lakenman was onder de indruk van de schrijver en vernoemde naar hem zijn Indische slaaf. Op 20 februari 1725 werd door de gereformeerde predikant Henricus Schainck gedoopt: ‘Cornelis Valentijn, bejaerde (lees volwassen) gewesene slaef.’ Op het moment van zijn doop woonde Cornelis Valentijn in huis bij de vooraanstaande Enkhuizer regent Frederik Lakenman. In notariële akten wordt Cornelis Valentijn aangeduid als de ‘lijfknecht’ van Lakenman. Op zijn sterfbed bedacht Lakenman zijn vroegere lijfknecht bij testament (29 mei 1729) met een gemeneland obligatie van 603 gulden. Dit bedrag kon Cornelis goed gebruiken, temeer daar hij op 24 april 1729 was getrouwd met Trijntje Jacobs. Op 2 oktober 1763 trouwde Cornelis Valentijn voor de tweede keer, met Pietertje Jans de Vries, nadat zijn eerste vrouw Trijntje een jaar eerder was overleden. Ook de kinderen uit zijn eerste huwelijk zijn allen vóór zijn tweede huwelijk overleden. In 1766 en 1767 werden uit dit tweede huwelijk twee dochters geboren die beiden na een maand overleden.

Op 26 juni 1768 werd ten slotte een zoon gedoopt: Jan Valentijn. Op vrijdag 31 maart 1769, om 1 uur ’s middags blies Cornelis Valentijn (alias Cupido van Bougis) de laatste adem uit.

In mei 1788 trouwde Jan Valentijn, nog geen twintig jaar oud, met Maritje van de Berg. Zij zouden acht kinderen krijgen, waarvan er slechts twee jong stierven. Drie jongens en drie meisjes Valentijn zijn in het huwelijk getreden.`

Deze tekst is in oorspronkelijk vorm gepubliceerd in Steevast 1993 jaaruitgave van de Vereniging Oud Enkhuizen.

Eén van de drie zonen van Jan: Gerrit Valentijn, geboren 25 mei 1803, trouwde op 12 december 1824 met Magteltje Paartman en zij kregen drie kinderen. Eén dochter Maria en twee zonen, Willem en Frederik.

Deze dochter Maria Valentijn, geboren 11 november 1838 trouwde 25 december 1862 met Pieter Schoen, geboren 3 november 1838. Zij kregen vier dochters en één zoon, Pieter, hij werd geboren op 13 maart 1872.

Deze Pieter Schoen (1872) trouwde op 25 mei 1904 met Ebeltje Evelina Fijma (geb. 26 oktober 1879). Zij kregen zes kinderen, waaronder zoon Marinus Schoen (geb. 24 januari 1910).

Marinus Schoen (1910) trouwde 11 juli 1935 met Marijtje Koedooder (geb. 14 juni 1914) en kregen vijf zonen. Als eerste: Pieter Schoen (geb. 3 november 1935), tweede: Cornelis Schoen (geb. 18 augustus 1937), derde: Marinus Schoen (schrijver dezes, geb. 11 november 1942), vierde: Klaas Schoen  (geb. 16 februari 1944), vijfde: Hans Schoen (geb. 26 mei 1947).

Waarom de broers Schoen niet allemaal gelijken moge dus duidelijk zijn.
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube