Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Peerdjerennen

Volgende Vorige Overzicht
Avatar van op 1/9/09 door Marinus Schoen
Onderwerp: Anekdotes geef reactie! Tell a friend 4767 Clicks Ongepast  
Harddraverij foto Kroniek van Enkhuizen +
Harddraverij foto Kroniek van Enkhuizen

Peerdjerennen

Begin jaren vijftig waren wij kinderen van het Havenkwartier ons weken van tevoren al aan het voorberijden voor de harddraverijdag. We vroegen onze moeders om lege garenklosjes, spijkerden er vier spijkertjes op en voor restanten wol gingen we de hele buurt langs, de kleur maakte niet uit.

Op die garenklosjes punnikten we leidsels, hele slierten in allerlei kleuren. De een werd ingespannen, de ander mende en op het ‘op uw plaatsen, een, twee, drie klaar…. af,’ draafden we om het hardst door de Paktuinen.

Een week voor de grote dag sloeg mijn vader, die bij de Gemeente werkte, houten palen in de grond langs de baan, spande daartussen een draad waar het publiek achter moest blijven tijdens de race. Maar het mooiste van alles was de tribune die langs de baan werd gebouwd. Als de werklui weg waren was de tribune van ons. We speelden er tikkie, verstoppertje, sprongen van bank op bank, renden en rausden met een rotgang door de tribune en dat mocht niet. Daarom werd er een wacht aangesteld, de oude heer Bok. Hij moest ons uit de tribune houden. Als de oppasser aan de ene kant in de tribune stond zongen wij in koor aan de andere kant een populair liedje in die tijd:

"Bokkie, bokkie, bokkie bè", de bok zei niets maar iedereen riep bèhh…

De oude Bok rende op zijn klompen op ons af. Wij sprongen op de banken, wurmden ons door de kieren van het zeildoek aan de achterkant van de tribune en lieten ons daar zo in de bosjes vallen. Dat durfde de oppasser niet.

Even later zongen we opnieuw ’bokkie bè’ aan de andere kant van de tribune en schoten in de opening van de vloerverdiepingen tot onder in de tribune toen hij weer op ons afkwam. Hij rende halverwege toen we hem beentje lichtten en de oude Bok lag geveld.

Dat moet je natuurlijk niet doen als je vader bij de Gemeente werkt want dan ben je altijd de klos. Pa maakte de klomp van de heer Bok met een ijzeren bandje om de kap en ik moest mij bij pa in de schuur melden om mijn verdiende loon in ontvangst te nemen. De straf om naar bed gestuurd te worden was niet zwaar genoeg vond hij. Mijn god….

Het draven zelf op de grote dag had eigenlijk niet zo onze aandacht. De dag na harddraverij was belangrijker. Dan zochten we voor het naar school gaan naar geld dat misschien verloren was bij de totalisator of bij de pisbak. Eén keer vond ik zelfs een gulden en schrok ervan, maar hield het wel stil. Toen mijn broertje en ik naar school liepen vroeg ik hem wat hij liever had, een karamel of een chocolade reep. ‘Een reep vanzelf’, riep hij. ‘Die krijg je van mij, na school gaan we er een kopen’, zei ik en liet hem de gulden zien.

Na school kochten we bij snoepwinkel Swidde in de Westerstraat vijf repen en bij Boekestein de banketbakker twee grote brokken speculaas. Na één brok speculaas waren we al misselijk en hadden dat andere brok en de repen thuis maar aan moeder gegeven. Dat hadden we beter niet kunnen doen want in plaats dat ze blij was werd ze boos. Niet dat ze de gulden aan de rechtmatige eigenaar terug had willen geven, die was toch niet aan te wijzen, maar ze had er gas muntjes van kunnen kopen voor in de gasmeter, zei ze, die waren bijna op.

Een dag later, toen we met de halve buurt weer aan het geld zoeken waren klonk er opeens: ‘Een NEDERLANDSE rijksdaalder!’ Waarom ze dat riep is mij nog steeds een raadsel, want laat staan dat we ooit een rijksdaalder hadden gezien, een buitenlandse al helemaal niet, als die al bestond. We stoven op haar af en warempel, ze zwaaide triomfantelijk met het blauwgrijze papiertje.

In die tijd had je papieren guldens en rijksdaalders. De guldens waren lichtbruin en de rijksdaalders blauwgrijs. Opgewonden en in optocht gingen we de stad in naar ijsboer Piet Oud en de gelukkige vindster gaf ons allemaal een ijsje. Daarna met zijn allen rennend door de Westerstraat naar banketbakker Boekestein en daar aten we allemaal een taartje. Bij snoepwinkel Swidde werd de rest van het geld omgezet in toverballen. Daar had je wat aan, kon je lekker lang op zuigen, uit je mond halen en de anderen laten zien welke kleur je nu weer ‘getoverd’ had.

Wat een feest gaf zo’n harddraverijdag, trouwens nog steeds!
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube