Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Artikelen van Gerrit van der Heide

Artikelen van: Gerrit van der Heide
Laatst geplaatste artikel: vrijdag 04 maart 2011
Totaal aantal artikelen: 7
Het was een mooie zonnege dag. We waren aan het buiten spelen in de streek voor ons huis in Bovenkarspel. Plotseling hoorde we het voor ons bekende geluid van aanvallende vliegtuigen. We keken richting Enkhuizen en zagen daar vliegtuigen bommen werpen.

Als kind hadden we dat niet meer verwacht omdat je van oudere hoorde dat de oorlog bijna afgelopen was. Ik weet wel zeker dat ik niets tegen mijn moeder heb gezegd, anders had ik er nooit naar toe mogen gaan. Ik ben spontaan, met een vriendje, op een draf naar Enkhuizen gegaan.

In Enkhuizen aangekomen hoorden we dat de werf en de haven waren gebombardeerd, daar schrok ik wel van omdat opa en oma v.d. Heide in de Paktuinen op de hoek van het Slijk wegje woonde. We kwamen niet verder dan de Tabakstraat ( Prinsenstraat), daar was alles afgezet. De brandweer was druk aan het blussen. Aan de gezichten en gedrag van de hulpverleners kon je zien dat het goed mis was.

Wij een tijdje rond gedreuteld,maar we werden weggestuurd, we liepen alleen maar in de weg. Wij weer op een draf naar huis, daar had moeder inmiddels ook het nieuws gehoord. Omdat mijn vader meestal om vier uur thuis kwam, om de koe te melken die bij de koepoort in een weilandje liep, denk ik dat die gelijk naar Enkhuizen gegaan is. Hij kwam terug met het bericht dat opa en oma ongedeerd waren. Ze waren ondergebracht bij familie. Ze waren wel behoorlijk geschrokken. Het  huis was wel behoorlijk beschadigd, dakpannen er af alle ramen er uit.

Ze hadden hun leven te danken aan de gewoonte,die ik ook gedeeltelijk over genomen heb, namelijk na het eten een tukkie doen. Daarvoor gingen ze in het alkoof, die bevond zich in de gang. De plek in het achterkamertje waar ze altijd zaten ieder aan één kant van het raam was totaal vernield en de kanarie die daar in het midden hing was morsdood. Het was overal glas ook in de gang, vanwege de glazen deur. Dat was wat ik van vader hoorde en later met eigen ogen heb gezien.

Het was namelijk zo dat vader toestemming had gekregen om ’s avonds het huis leeg te halen,samen met z’n broer. Ze hadden namelijk de Rust-roest een pakhuis aan het einde van de Paktuinen ingebruik, daar konden we de meubeltjes opslaan. Ik mocht mee, ome Freek had een handkar, daar hebben we alles mee naar de schuur gebracht. Ik heb het aantal keren niet geteld maar het waren er heel wat. Het beeld ben ik nooit vergeten,hele panden waren er tussen uit, en de resten rookten en smeulden nog na.

De vogende ochtend kwam de na schok, toen de namen in de krant kwamen van de omgekomen slachtoffers, dat was onze vroegere buurvrouw Snel met haar dochtertje die ik heel goed kende, ze woonde vlak bij de koepoort en in 1942 zag ik haar vaak omdat mijn vader en ik bij de koepoort gingen melken. Het was een knappe vrouw en een heel leuk dochtertje, de tweede was Rijn Atsma een buurjongen, van toen we nog op de hoek Kwakerspad-Westerstraat woonden. Het ergste was nog dat we toen hoorde dat m’n oudste zuster al een tijdje met hem scharrelde, zoals ze dat vroeger noemde. Opa heeft kort daarna een beroerte gehad en is nooit meer de oude geworden. Het zijn van die gebeurtenissen die je een levenlang niet meer vergeet.

Zo ook die keer dat ik ziek op bed lag in de boerderij in Bovenkarspel. Het was overdag ik lag onder het raam, plots een klap en het geluid van een mitraleur, de stukken dakpan kwamen in de steeg. Ik vlieg uit m"n bed en ren naar het woongedeelte en waarschuwde vader, die ging kijken op zolder in het dak, dat aan de binnenkant uit 15 a 20 cm riet bestond. Hij peuterde er met zijn mes een vervormde kogel uit, het riet vertoonde een schroeiplek. Ik had geluk gehad. De kogel had ik bewaard, maar met verhuizen naar Julianadorp weggeraakt.

op 27/2/11
Onderwerp: Diversen 1 reactie Tell a friend 2714 Clicks Ongepast  
Vader had een koe, die liep op het landje van Jongejeugd de Groente boer, vlak bij de koepoort. Nu had hij bedacht, Gerrie kon wel een schillenwijkje nemen. Hij had bedacht korte burgwal en dan een blokje rond. Een klein bolderkarretje had ik al.

Dus ik op roete, broertje Eduard van vier jaar mee, zelf zes jaar oud. We waren na een dik uur haast rond, de zak en kar haast vol, we moesten nog een paar huisjes schuin tegenover waar we zelf woonde. Probleem we konden niet bij de bel, ik zeg tegen Eduard klim jij maar op de kar dan houd ik de kar vast. Wat we niet wisten dat daar buurman Snip woonde die al weken last had van deurtje bel van jongens van Rood uit de streek.

Nu was het net de tijd dat ze meestal langs kwamen. Snip was achter de deur gaan staan. Eduard belt aan, deur vliegt open, Snip roept “Nu heb ik jullie”, en grijpt gelijk, Eduart viel niet omdat hij vast gegrepen werd, anders had hij van het karretje gevallen. Hij schrok zo dat hij al z’n plas liet lopen en was drijf nat. Buurman Snip vond het zo zielig dat hij ons thuis bracht, en zich verontschuldigde tegen over mijn moeder. Toen die het verhaal aangehoord had, kon ze er wel om lachen.

Het zal ongeveer in de winter van 1940 zijn geweest. Ik was zes jaar houd en woonde op het Kwakerspad. Het was crisestijd, zoals ze dat nu ook noemen, maar niet te vergelijke met nu. Veel werkeloosheid, mijn vader dacht ik begin voor me zelf als tuinder, voor ik ontslag krijg. Hij maakte lange dagen, in de zomer gebeurde het wel dat hij om drie uur al op was, om aardbeien te plukken of bloemen te snijden, om ze zelf in Amsterdam te verkopen. Ook had hij een paar geiten die in het perenlaantje stonden, die moest de twaalfjarige Dirk melken voor schooltijd.

’s morgens om half acht moest ik met een paar oudere zusjes naar de broodfabriek oud brood halen,dat was een paar cent goedkoper. Het was een eind lopen. We mochten dan in de bakkerij wachten, lekker warm. De bakker die met lange bakplaaten liep, liet naar later bleek expres koekjes van de plaat afvallen, die we dan gauw opaten.

Als we thuis kwamen, snel eten en dan op een draf naar school. ’s avonds tussen vijf en zes ging ik met broertje Dirk naar de erwtenkamer, aan de overkant bij ons. Daar waren Nederlandse soldaten gelegerd. Het waren veelal getrouwde mannen. Ongeveer vijf mannen kwamen regelmatig bij ons koffie drinken ’s avonds.

In de erwtenkamer konden ze alleen maar slapen en eten, geen ruimte voor ontspanning. Omdat ze zagen dat wij het ook niet zo breed hadden, met toen elf kinderen, mochten wij overgebleven brood-snert of stampot ophalen. Daarvoor namen we een emmer en een kussensloop mee, inplaats van tas, schoon en er kon meer in. Het brood noemden ze kuch, was speciaal voor soldaten. Borden en pannen werden leeg gelikt. Het eten heeft me nooit lekkerder gesmaakt als toen. Mijn vader en moeder hebben in hun verdere leven met één sergeant altijd contact gehouden.

op 26/2/11
Het zal ongeveer 1940 geweest zijn, mijn broer Dirk was toen ongeveer 12 jaar en zat op de Raamstraatschool. Het was geen doetje, was dan ook niet zo makkelijk in de klas, maar het kwam later wel van pas. Het was een dag als andere dagen. De kinderen speelden in de straat, een speelplaats was er niet.

Plots kwam er een paard met kar aan rennen van Sietses de kolenboer. Het beest was ergens van geschrokken en op hol geslagen. Dirk reageerde als in hun reflex. Pakte het beest bij kop en teugels en wist het in bedwang te krijgen,en ongelukken te voorkomen.

Hij was de held van de dag. Kwam in de krant en kreeg een lintje van de burgemeester.

Het was april 1941 en ik zat op de Timotheusschool in de eerste klas, dat was bijzonder, daar m’n andere broers en zusters op de raamstraatschool zaten. Hoe kwam dat? Ja vader was tuinder en die had personeel nodig en daar ik een late leerling was, kon ik op de raamstraat pas in september terecht dus zou ik uiteindelijk een half jaar later van school afkomen.

Ik zat bij Barend Rob de tweeling Bierhaalder Dolly de Graaf dochter van aannemer de Graaf. Ik zat nog maar een paar weken op school, de les was ongeveer een anderhalf uur bezig, toen ik perongelijk een poepje liet, alle kinderen lachen, juffrouw boos, voor straf werd ik in m’n nekvel gepakt en in het kolenhok gezet. Pikken donker en smerig. Ik heb geschreeuwt en tegen de deur geschopt, het hielp allemaal niets, tot de meester van boven naar beneden kwam om naar huis te gaan en dat was ook nog eens m’n over buurman Homan. Die verloste me, hij was behoorlijk nijdig op de juffrouw.

Wij woonden in een gezellige buurt, met veel organisatie talent, dat goed van pas kwam toen het dagen streng gevroren had. Buurman Theunes zelf een goede rondrijder en mijn vader namen het voortouw.

Er werd een baan geveegd en uitgezet. Prijzen werden door de moeders gekocht bij de Franse bazaar. Daar ik zes jaar was en nog geen schaatservaring had, zei ome Jan Gerrie “jij doe mee”, hij bond m’n schaatsen naast mijn voeten en nu zo hard lopen als je kan.

Nu won ik niet, maar had toch een matrozen prijs. Bleek later troostprijs te zijn. Mijn broer Dirk die zes jaar ouder was won een verfdoos. Laat ik die nou krijgen, want hij vondt het een kinderachtige prijs. M’n zuster Gre die tegen m’n zuster Grietje moest,en ouder was verloor dus dat werd huilen. De chocolademelk maakte alles weer goed.

Gerrit v.d.Heide

Onderwerp: Wie is wie? 1 reactie Tell a friend 2859 Clicks Ongepast  
Op de foto sta ik met mijn moeder. We hebben daar gewoond van  1935 tot Mei 1942.

We woonden daar met vader moeder en twaalf kinderen,we zijn toen verhuist naar Bovenkarspel,tegen over hoeve Nooitgedacht.Het Kwakerspad werd door de meeste Enkhuizers perenlaantje genoemd,omdat in de hele berm perenbomen stonden.Het is het enigste huis waar ik in de winter sneeuw op de dekens had,het huis had nl geen beschot de pannen lagen zo op de panlatten.

G.v.d.Heide                                                  

Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube