Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Artikelen van Joke Dingelhoff-Spruyt

Artikelen van: Joke Dingelhoff-Spruyt
Laatst geplaatste artikel: donderdag 11 november 2010
Totaal aantal artikelen: 2
\.
Winkel en woonhuis fam. Poen

Als kind logeerde ik in de jaren '50 van de vorige eeuw een paar maal per jaar bij mijn grootouders Poen. Wij woonden niet in de buurt en het was altijd een hele happening om samen met mijn ouders en mijn broertje een paar dagen naar hen toe te gaan. Vaak viel zo’n logeerpartij rond de Sinterklaas. Mijn broer en ik waren nog klein en we geloofden heftig in Sinterklaas.  

Mijn opa was, zoals ik in mijn vorige artikel schreef, eigenaar van een rijwielzaak in de Nieuwstraat. De bijbehorende werkplaats lag tegenover het woonhuis en de winkel.

Naast die werkplaats stond een statig huis met een bordestrap (nr. 5). Zo rond de Sinterklaas was het er altijd een komen en gaan van allerlei mensen. Geïnteresseerd stonden we als kind van achter het raam naar al die mensen te kijken, die het huis aan de overkant alleen maar in gingen, maar er niet meer uit kwamen. We vroegen ons eigenlijk nooit af wat ze in dat huis deden en maakten ons er ook niet druk over. Mijn moeder, Antje Poen, en oma vonden het maar niets dat dat huis zo onze belangstelling trok. Maar ook dat begrepen we niet.

Tijdens een van die logeerpartijen gebeurde waar mijn moeder al die tijd al bang voor was geweest. 

Sinterklaas was in het land en het was dus niet echt bijzonder als je hem tegen kwam. Maar wat leuk dat hij, samen met een paar Pieten -net toen we keken- uit het huis aan de overkant kwam. Enthousiast zwaaiden we naar hem. Sinterklaas zag er prachtig uit. Een mooie donkerrode mantel met daaronder een smetteloos wit onderkleed. Hij zwaaide ook naar ons. We renden weg om het mijn moeder te vertellen. Even later stonden we weer voor het raam. Je weet maar nooit. Misschien kwam hij nog terug. 

Er gingen opnieuw mensen het huis binnen. En nog een paar. Een tijdje gebeurde er niets. Tot het moment dat de deur open ging en..........Sinterklaas naar buiten kwam. Hij droeg een mooie donkerpaarse mantel met daaronder een wit onderkleed.......Maar hoe kon dit? Hoe kwam Sinterklaas nu weer binnen? We hadden hem niet naar binnen zien gaan en toen hij naar buiten kwam had hij ook wat anders aan. 

Natuurlijk vroegen we mijn moeder en oma hoe Sinterklaas weer binnen was gekomen en waarom hij zich verkleed had. Maar we werden er niet veel wijzer van.Van alles hebben ze geprobeerd om ons wijs te maken. Van “Sinterklaas heeft met koffie geknoeid” tot “Sinterklaas kan onzichtbaar binnen komen”. Gedurende die en de daarop volgende dagen herhaalde dit zich. Steeds andere Sinterklazen kwamen naar buiten: lange, kleine, dikke, magere, met en zonder bril.

Als kind heb ik nooit geweten hoe het allemaal in elkaar zat, maar vanaf dat moment begon mijn geloof in Sinterklaas toch af te nemen. Pas veel later hoorde ik dat het huis een verhuurbedrijf voor Sinterklaas- en Zwarte Piet kleding was.

Het huis staat er nog steeds en altijd als ik er langs loop moet ik hieraan denken, zeker in de Sinterklaastijd.

 


\.
Jan Poen voor de werkplaats
Helemaal toevallig kwam ik, toen ik op het internet aan het bladeren was, op de website van "De Oude Fiets" (www.oudefiets.nl) terecht en zag daar tot mijn grote verbazing de naam van mijn opa Jan Poen bij het merk Herringtown staan. In mijn gedachten ging ik terug naar de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Graag wil ik die herinneringen met u delen.

Mijn opa, een hardwerkende man, was "Gazelle-dealer" in de Nieuwstraat in Enkhuizen. In die tijd was dat een enorme eer en hij hoorde daardoor dan ook in het tijdsbeeld van ca. 1950 bij de "betere kringen". Maar mijn opa was ook rijwielhersteller en dan houd je natuurlijk wel eens goede onderdelen van oude fietsen over. Zonde om weg te gooien moet mijn opa gedacht hebben. In de weinige vrije tijd die hij had stelde hij met die overtollige onderdelen weer fietsen samen en die kregen het merk "Herringtown".

Mijn broer had zo'n fiets en mijn neefje ook. Ik weet niet of mijn opa ze ook verkocht. Als we 6 jaar werden kregen we een fiets. Eerst nog met blokken op de trappers, want we kregen een fiets "op de groei", later werden die eraf gehaald.

Herringtown is genoemd naar het wapen van Enkhuizen, waarin 3 haringen staan afgebeeld. Het merk heeft mijn opa officieel al in 1932 als merk laten registreren.

De toonzaal (winkel) waar mijn opa de fietsen verkocht vond ik als kind prachtig. De fietsen stonden aan 3 zijden op een rood tapijt, met daartussen de looppaden. De gedeelten waar de fietsen stonden waren afgeschermd met mooie dikke rode koorden, die op hoogte werden gehouden door koperen palen. Alleen vanaf de looppaden mocht je de fietsen bewonderen. Het rook heerlijk naar nieuwe banden. Vlak bij de uitgang van de winkel stond een glazen vitrine met daarop een ouderwetse kassa en een paar mooie koperen asbakjes met het Gazelle-hertje erop. De randen van de vitrine en alle deurknoppen waren ook weer van koper. Als kind mocht je nergens aankomen, want dan kwamen er "vingers" op het koper. Dat werd door mijn oma en haar huishoudelijke hulp elke week allemaal gepoetst. Wat er in de vitrine lag, weet ik niet meer, waarschijnlijk fietsverlichting of zoiets. Vaag herinner ik me dat er ook "witte kat" batterijen in lagen. Als er klanten waren mochten wij als kinderen absoluut niet in de winkel komen. Als ik eraan terugdenk dan werden klanten door mijn opa met alle egards behandeld, misschien zoals nu een klant behandeld zou worden die een Porsche komt kopen.

In de werkplaats werden banden geplakt, kettingen opgezet en gesmeerd, soms lagen er hele fietsen uit elkaar en altijd hingen er wel een paar fietsen in de takels. Het rook er naar fietssmeer en olie. Het was een donkere werkplaats met schuifdeuren aan de voorkant en een schuurdeur aan de achterkant. Daardoor kon je naar een klein binnentuintje, waar het kippenhok stond.

Op de werkbank stond een bureaulamp, die mijn opa aandeed als hij fijner werk moest doen. Mijn broer (4 of 5 jaar) had van opa een overall gekregen om hem te helpen in de werkplaats. Dat wilde ik ook, maar nee dat was alleen voor jongens.... meisjes moesten de kippen voeren. En laat ik nou een hekel aan kippen hebben. Ik mocht overigens wel met de "knecht" mee om de gerepareerde fietsen terug te brengen naar de eigenaar.

Alles bij elkaar was het een hele leuke tijd. Mijn opa is zo'n 30 jaar geleden overleden, maar doordat ik de naam van mijn opa op het internet tegen kwam, kwamen de herinneringen weer boven.

Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube