Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Artikelen van Gerrit Jan de Vries

Artikelen van: Gerrit Jan de Vries
Laatst geplaatste artikel: vrijdag 12 maart 2010
Totaal aantal artikelen: 10
Brandweer Enkhuizen

Brandrapport 5 april 1940

Op vrijdagmiddag den 5e april te ongeveer 5 uur liep het motorschip “Onverwachts” onze haven binnen. Schipper D. Steenwijk rapporteerde “brand in de machinekamer” en vroeg assistentie van de brandweer.

Door het personeel van den havendienst werd het schip op een voor de scheepvaart ongevaarlijke plaats gelegd en de brandweer gealarmeerd.

Telefonisch heb ik enige brandmeesters opgeroepen en zijn we met de Fordautomobielspuit uitgerukt.

Ter plaatse hebben we eerst alle toegangen tot de machinekamer laten afdichten om de zuurstoftoevoer te verhinderen.

Toen het vuur voldoende gesmoord was hebben we met behulp van rookmaskers een onderzoek ingesteld en bleek ons dat een petroleumlamp was omgevallen en brandende was leeggelopen.

Nadat de vuurhaarden verwijderd waren hebben we machinekamertoegangen open gezet.

Gezien het blussen met water in dergelijke gevallen altijd zeer riskant is hebben we spuit geen dienst laten doen maar enkel voor reserve op doen stellen.

Het bezit van goede rookmaskers bleek in dit geval zeer nuttig te zijn.

De Brandmeester Generaal,

Dhr. J. Poorta

Brandweer Enkhuizen

Rapport van hulpverlening 04 mei 1940

Vrijdagnacht te ongeveer 12 uur werd ik uit mijn bed gebeld door enige mannen welke mij mededeelden dat op het terrein van Koopen aan de Wierdijk brand was ontstaan.

Bij een ingesteld onderzoek bleek mij dat het personeel van Koopen in de loop van de dag ledige papieren cementzakken hadden verbrand waarbij nog een grote hoeveelheid was overgebleven.

Ofschoon volgens verzekering van den heer Koopen het vuur geheel was geblust zijn er mogelijke enige zakken blijven smeulen, tenminste in de hoeveelheid zakken was weer brand ontstaan welke werd aangewakkerd door een sterke Noordenwind.

Op het terrein is verder veel betonhout e.d. opgeslagen zodat de brandmelding juist bij tijds kwam.

Met behulp van den Heer Zoethout Jr. heb ik het vuur weten te blussen door er een grote hoeveelheid betonzand overheen te scheppen.

Alarmering der gehele brandweer leek mij in dit geval onnodig.

Zoethout heb ik een beloning toegezegd.

De Brandmeester Generaal,

Dhr. J. Poorta

Brandweer Enkhuizen
Rapport van Hulpverlening

 
Enkhuizen 30 april 1940
 
Zondagavond 28 april j.l. te 8 uur precies ontving ik telefonisch bericht van een hardnekkige schoorsteenbrand in de bewaarschool aan de Raamstraat, waar thans militairen gelegerd zijn.
 
Aangezien de hulp van de brandweer werd ingeroepen liet ik te 8 uur “Klein Alarm” geven en rukten wij te 8 uur 4 uit met de Fordautospuit. We waren te 8 uur 7 ter plaatse.
 
Bij onderzoek bleek een der schoorstenen van het gebouw van binnen fel te branden.
 
Ik heb toen de schoorsteen van boven af laten sluiten en van onderen met een snelblusser een oplossing van dubbelzure-soda in de schoorsteen laten spuiten waarna de brand spoedig geblust was.
 
Te 8.30 uur rukte de brandweer in.
 
De afzetting van het terrein door de politie was buitengewoon goed geregeld.
 
De Brandmeester Generaal
 
Dhr. J. Poorta

Brandweer Enkhuizen
 
Enkhuizen, 8 februari 1940
 
Op woensdagavond de 7e februari te ongeveer ½ 10 uur ontving ik telefonisch melding van brand aan de Kuipersdijk.
 
Gezien de slechte toestand van de wegen en de bevroren grachten liet ik onmiddellijk “Groot Alarm” geven.
Zes minuten na de melding waren wij met de Ford-automobielspuit ter plaatse en bevonden dat het perceel nr. 94 van de Heer A.J. Bos brand was ontstaan doordat een petroleumstel te dicht bij het behang van een der slaapkamers was geplaatst.
 
De vuurhaard was inmiddels door de bewoners geblust.
Nadat het gehele gebouw door ons aan een grondige inspectie was onderworpen en wij hadden geconstateerd dat alle weer “veilig” was, liet ik de brandweer inrukken.
 
De brandweer is met vol materiaal uitgerukt en heeft geen dienst gedaan voor blussingswerk.
 
De alarmering verliep vlot en was de bezetting zo goed als voltallig.
 
Ook waren zeer veel reserve-brandwachts ter plaatse.
 
De Brandmeester Generaal:
 
Dhr. J. Poorta

Brandweer Enkhuizen
 
Rapport van hulpverlening
 
Enkhuizen 06 juli 1939
 
Op dinsdag 4 juli j.l. te 6 uur en 8 minuten ontving ik telefonisch melding van het Bureau van Politie omtrent een felle brand op Oosterdijk.
 
Onmiddellijk liet ik “Klein Alarm” geven en rukten wij te 6 uur 14 uit met de autospuit. Waren te 6.20 uur ter plaatse van den brand, t.w. een grote boerenbehuizing, staande geheel achteraf in het open veld te Oosterdijk, eigenaar K. Mantel en bewoond door J. Mantel, zonder gezin en A. Mantel met gezin.
 
Het gehele perceel was tot aan de nok toe volgepropt met hooi terwijl het gebouw zeer brandbaar was.
 
Het vuur te bestrijden was nutteloos en hebben wij ons beperkt tot het behouden der belendende schuurtjes.
 
Te 8.30 uur rukte onze autospuit in en heb ik het brandende perceel laten bewaken door 1 brandmeester, 1 monteur en 4 brandwachts met de motorspuit.
 
Het huis was toen reeds geheel verbrand maar de hooistapels waren niet te blussen.
 
Te 11 uur heb ik, met enige brandmeesters de zaak nog eens geïnspecteerd en orders gegeven aan het hooi zo weinig mogelijk te blussen.
 
Te 6.30 uur de volgende morgen heb ik water laten geven op het hooi en was dit te ongeveer 11 uur v.m. geblust.
 
De aanwezige brandmeesters De Bruin en Zwaan hebben de bewoners van het brandende perceel gezegd op het hooi te letten, dit desnoods geheel uit elkander te laten gooien om een herhaling van brand te voorkomen, maar kregen ten antwoord dat hiervoor niets werd gevoeld.
 
Te 12 uur rukte de brandweer in.
 
Te ongeveer 6 uur n.m. werd door de bewoners van Oosterdijk weer de hulp ingeroepen voor het blussen van het hooi, hetwelke weer was gaan branden.
 
Wij hebben ons echter plaatselijk op de hoogte gesteld en aangezien de belendende percelen geen gevaar liepen zijn wij niet uitgerukt.
 
De Brandmeester Generaal,
 
Dhr. J. Poorta  

Brandweer Enkhuizen
 
Enkhuizen 20 maart 1939
 
Rapport
 
Op zondag 19 maart te ongeveer 21 ½ uur werd de brandweer door de Politie gealarmeerd voor een schoorsteenbrandje in perceel Westerstraat 80.
 
De brandmeesters Poorta, Jonkman en Hart hebben zich ter plaatse georiënteerd, terwijl brandmeester Somberg de garage betrok.
 
De brand had zich enkel beperkt tot den schoorsteen. Het was onnodig om snelblussers te gebruiken.
 
Onder leiding van brandmeester Hart is de schoorsteen gereinigd en zijn maatregelen genomen om herhaling van een dergelijk voorval uit te sluiten.
 
De Brandmeester Generaal:
 
Dhr. J. Poorta  

\.
Brand Kouwenhoven Goos
Brandweer Enkhuizen
 
Proces verbaal
 
Op dinsdag 17 januari 1939, des voormiddags te 8.15 uur werd de brandweer gealarmeerd voor een uitslaande brand in de Westerstraat, perceel Westerstraat 77.
 
Ter plaatse gekomen bevonden wij dat het huis en winkel van J. Kouwenhoven – Goos fel brandde, terwijl tevens in het belendende perceel van J. Putman veel rook stond.
Onmiddellijk hebben wij het vuur in het perceel Kouwenhoven – Goos aangetast met twee stralen op de autospuit en twee stralen op de waterleiding.
 
Gelijktijdig is met een straal op de autospuit het vuur in het perceel Putman onder handen genomen.
 
Daar het perceel Kouwenhoven – Goos zeer fel brandde, hebben wij het vuur van achteren bestreden met een straal op de motorspuit, terwijl tevens nog een straal van de motorspuit over de huizen heen naar achteren werd gebracht.
 
De brand in het perceel Putman was zeer spoedig bedwongen, het perceel Kouwenhoven – Goos vereiste veel moeite en overleg.
 
Te ongeveer 10.30 uur was het vuur in zoverre bedwongen dat het grote materiaal weer kon inrukken.
Om 11 uur waren wij de brand volkomen meester en kon ook onze Magirusladder inrukken.
 
Voor het nablussen werden twee stralen op de waterleiding gebruikt en bleven tot 13 uur 1 brandmeester met 3 brandwachten op het terrein.
 
In het geheel zijn 25 lengtes slang van 13 m. gebruikt, alle brandmeesters en brandwachten hebben aan het blussingswerk deelgenomen, terwijl bovendien 5 losse werklieden brandwachtdiensten hebben verricht. Ook onze monteurs waren zeer spoedig ter plaatse.
 
Des namiddags te 16 uur werden wij ten tweede male gealarmeerd voor hetzelfde perceel. Hierbij bleek ons dat er nog steeds vuur tussen de plafonds bevond. Met een straal op de waterleiding werd dit geblust en was het noodzakelijk het perceel gedurende een nacht door een brandwacht te laten bewaken.
 
Bij het nablussen zijn nog 5 lengtes slang gebruikt, zodat wij in totaal 30 lengten slang van 13 m moesten nat maken.
 
De Brandmeester Generaal
 
Dhr. J. Poorta

Onderwerp: Brandweer 1 reactie Tell a friend 6261 Clicks Ongepast  
\.
Brand Wagtendonk
Rapport Brandweer Enkhuizen
 
Op dinsdag 30 januari 1940 des nm. te 12 uur 55 min. ontving ik telefonisch melding van brand bij Wagtendonk op het Verlaat.
 
Onmiddellijk liet ik “Groot Alarm” geven en begaf mij naar de brandweergarage.
 
Te 12 uur 59 min. waren er voldoende brandweerlieden en kon de Ford - autospuit uitrukken, welke ik allereerst een aansluiting op de waterleiding tot stand liet brengen in de Vijzelstraat, om vervolgens op te stellen in het Plantsoen.
 
Te 1 uur 7 min. rukte de Fiat – autospuit uit, met de opdracht om op het riool op de Karnemelksluis aan te sluiten.
 
Hierna rukte de Magirusladder en het verdere materiaal uit.
 
Ter plaatse van de brand bevond ik dat het pand Wortelmarkt 2, van de Firma L. van Wagtendonk, waarin gevestigd is een Grossierderij in Tabak, sigaren, koffie en thee hevig brandde. Van 13 uur 5 min. tot 13 uur 20 min. liet het zich aanzien dat de belendende percelen, n.l. de Enkhuizer Brood, Koek en beschuitfabriek en de woning en garage van J. Baas op de Wortelmarkt tevens door het vuur zouden worden aangetast. De woning van de Heer Baas brandde reeds terwijl de uitslaande vlammen ook reeds over de Broodfabriek lekten.
 
Met de inmiddels tot stand gekomen aansluiting op de waterleiding gaven wij te 13 uur 7 min. water en beschermden hiermede de Broodfabriek. Te 13 uur 11 min. gaf de Ford – autospuit water en liet ik twee stralen op het vuur richten en één straal op de tussenruimte tussen Broodfabriek en perceel Wagtendonk, voor het vormen van een watergordijn.
 
Te 13 uur 14 min. gaf de “Fiat” water vanaf de “Drie Banen” en liet ik met twee stralen, waarvan één op Magirusladder, de woning van de Heer Baas beschermen en de deels brandende keuken en slaapkamer blussen.
 
Te 13 uur 17 min. hadden wij eveneens een aansluiting op de waterleiding vanaf het Verlaat tot stand gebracht en bestreden hiermede het vuur van de voorzijde. Het perceel “Wagtendonk” was inmiddels één vuurzee geworden.
 
Te 13 uur 20 min. was het verloren gaan van het perceel “Garage Baas” geheel geweken en konden wij van den kant van de Wortelmarkt twee stralen van de “Fiat” voor perceel Wagtendonk gebruiken.
 
Spoedig nadat wij de schoorsteen van het brandende perceel hadden omgetrokken en een gedeelte muur hadden doen instorten konden wij vanaf de Wortelmarkt met het definitieve blussingswerk beginnen.
 
In de Sint Nicolaasstraat, waar wij ons tot 13 uur 20 min. enkel moesten bepalen tot het behoud der Broodfabriek, bleek toen dat deze behouden bleef, en liet ik ook van die kant het vuur aantasten.
 
Te 16 uur waren wij het vuur volkomen meester en kon de “Fiat” opbreken en inrukken.
 
Te 16 uur 30 min. kon ook de “Ford” worden gemist en werd ook van de kant van het Plantsoen worden opgebroken.
 
De waterleidingen van Vijzelstraat en Verlaat bleven intact voor nablussing. De gehele nacht moest het perceel worden bewaakt.
 
Deze brand is een der moeilijkste welke de Enkhuizer Brandweer in de laatste jaren heeft gehad. De aansluitingen op de waterleiding konden betrekkelijk vlug tot stand worden gebracht, doch ten gevolge van de hevige vorst moest in de sloten eerst een bijt worden gehakt door ongeveer 50 cm ijs, terwijl alle riool aansluitingen bevroren bleken te zijn.
 
Hierdoor werd de vlugge werking van de “Fiat” zeer gehandicapt en moest deze na twee vergeefse pogingen om op het riool te zuigen, naar de “Drie Banen” worden gedirigeerd.
 
Gezien de uiterst ongunstige ligging van het brandende perceel ten opzichte van “open water” en aansluitingen op de waterleiding, moest geweldig veel slang worden uitgelegd, terwijl de hevige koude en de bevroren sneeuw op de wegen alle uitgelegde slang onmiddellijk deed bevriezen.
 
Brandmeesters en brandwachten hadden het zeer koud en zijn van twee brandwachten de vingers gedeeltelijk bevroren.
 
Bij het uitleggen en opbergen van de slangen hebben wij gebruik moeten maken van de hulp van ongeveer alle reservebrandwachten. Vooral het opbreken en transporteren van de slangen vroeg veel tijd en overleg.
In het geheel zijn ongeveer 60 lengten slang van 13 m. gebruikt. Al deze slang heeft door de vorst veel geleden. Er zijn 14 lengten slang van 13 m. geheel stuk gevroren en kunnen als verloren worden beschouwd.
 
In het begin van de brand was het publiek zeer hinderlijk, wat later beter werd door afzetting van politie en militairen.
De door de directie van de Broodfabriek aangeboden chocolademelk werd door de brandweerlieden dankbaar genoten. Eveneens de thee, geschonken door Mej. Wed. Koot.
 
De oorzaak van de brand moet, volgens ons na de brand ingesteld onderzoek, worden geweten aan de bediening van de verwarming, tenminste vanuit de verwarmingsruimte is hoogstwaarschijnlijk de brand ontstaan.
 
Het bezit van de nieuwe Ford – automobielspuit heeft onze gemeente voor een grote ramp gevrijwaard, aangezien wij in dit geval met de al op jaren zijnde Fiat alleen nooit hadden kunnen blussen en tevens de belendende percelen vrijwaren.
 
Het opbergen, droogmaken, repareren en weer op de wagens brengen van de slangen vroeg weel zorg en tijd en zijn hiervoor verschillende brandwachten onder leiding van de hiervoor aangewezen brandmeesters in touw geweest.
 
Onze motoren werkten uitstekend, alleen hadden wij voortdurend te kampen met bevroren druk- en vacuümmeters. De Rijnwaterkoeling van de nieuwe Ford voldeed volkomen aan de gestelde verwachtingen terwijl ook het verwarmen van de lucht en waterpompen door de afgewerkte gassen moet worden toegepast.
 
Met de aanschaffing van de Ford zijn wij tevens in het bezit gekomen van verstelbare twee en driewegkranen, waardoor wij in staat zijn de hoeveelheid bluswater bij het vuur te regelen, wat een buitengewoon grote aanwinst is gebleken. Wij hebben voor het gebruik hiervan een nieuw systeem ontworpen en aan de praktijk getoetst en levert prachtige resultaten op.
 
De Brandmeester Generaal,
 
Dhr. J. Poorta
 

Brandweer Enkhuizen

Brand in het Westeinde
In de nacht van Zondag 13 op maandag 14 november 1938 is brand uitgebroken in het dubbele woonhuis gelegen naast de villa van Wethouder Abr. Sluis. Een zoon van de Weth. Sluis heeft per auto Jb. Baas en Jorritsma gewaarschuwd en is daarna doorgereden naar de gasfabriek, waarna drukstoot werd gegeven.

Omstreeks half één werd de autospuit opgesteld bij een slootje ongeveer 150 meter van de brand verwijderd. Toen men begon te spuiten was het rieten dak reeds verbrand. Een vol uur is met de autospuit gespoten met 4 stralen. Omstreeks half drie was de brand bedwongen. Ondercommandant Rinkema had de leiding.
Door de Wolf en Plas werd op de waterleiding nageblust. Ook de motorspuit en magirus-ladder zijn uitgerukt doch hebben geen dienst gedaan. Omstreeks half drie werd ingerukt. Alle slangenmateriaal werd bij deze brand gebruikt. Ongelukken zijn niet gebeurd.

De muren staan nog overeind. Ook de zolder is nog intact met hier en daar gaten er in gebrand. De bewoner heet Mantel. Ook brandmeester F. Ruiter was aanwezig.

Brandweer Enkhuizen

Proces Verbaal

Op woensdagavond de 16e februari 1938, ’s avonds om ongeveer 10.35 uur, werd de brandweer gealarmeerd voor een grote brand aan het Westeinde.

Met de eerstaangewezen Brandmeesters rukte de autospuit uit en liet ik de motorspuit, ladderwagen en ander blusmateriaal volgen.

Op het terrein van de brand gekomen, bleek mij dat de grote boerderij van de Heer Stelling Mz. Westeinde 66 geheel in brand stond.

Teneinde het brandgevaar voor de omliggende gebouwen zoveel mogelijk te beperken, liet ik met twee slangleidingen op de autospuit werken, welke ik ver benedenwinds van de brand had laten opstellen en met twee leidingen op de motorspuit, welke ik bovenwinds op het terrein van de Firma Sluis & Groot had doen opstellen. Met twee slangen op de waterleiding liet ik de belendende percelen nat houden.

Een zeer sterke Noordoostelijke wind maakte ons het blussen erg moeilijk. Een geweldige vonkenregen bedreigde de benedenwinds liggende huizen. Hiervoor zijn door mij twee Brandmeesters aangewezen om bij elk gering ontstaan van brand een slang van de autospuit voor beveiliging van de gebouwen te nemen. Een hooiklamp moest afzonderlijk worden bewaakt. Het perceel Westeinde No. 66 brandde geheel uit. Alleen de belendende percelen kregen belangrijke waterschade.

Te ongeveer 12.40 uur waren wij de brand voldoende meester en kon eerst de auto- en later tevens de motorspuit inrukken. Met een straal op de waterleiding kon het nablussen ter hand worden genomen en liet ik donderdagmorgen 17 februari to 8.30 uur de laatste manschappen inrukken.

Omtrent de oorzaak van de brand is mij niets bekend, ook was de vuurzee te fel, om ter plaatse gekomen, hieromtrent naspeuringen te kunnen doen.

Deze brand vergde al ons slangenmateriaal, waarvan vele de druk van de motoren niet meer konden verdragen. Hierdoor en door de inmiddels ingetreden vorst, hebben wij bij deze brand veel slangen verloren.

De motoren waren in goede conditie en werkten uitstekend. Het personeel van de brandweer was geheel compleet, uitgezonderd 2 zieken, en heeft een zware nacht gehad. Allen hebben zich uitstekend van hun plicht gekweten en heb ik met genoegen mogen constateren, dat ieder voor zich zijn best heeft gedaan.

De vrijwilligers van “Westeinder Belang” hebben keurig werk verricht met de hun ten dienste staande hulpmiddelen en verdienen hiervoor vermelding.

De samenwerking tussen politie en brandweer was uitmuntend.

Hiervan opgemaakt dit procesverbaal, ‘op den eed bij den aanvang mijner bediening afgelegd’.

Gesloten 17 februari 1938

De Brandmeester-Generaal:
Dhr. J. Poorta

Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube