Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Artikelen van Marinus Schoen

Artikelen van: Marinus Schoen
Laatst geplaatste artikel: donderdag 02 mei 2013
Totaal aantal artikelen: 64
Resultaten:1 - 10 van 64
op 2/5/13
Onderwerp: Anekdotes geef reactie! Tell a friend 10316 Clicks Ongepast  
\.
Andries Zwaan van Foto Zwaan zet ons in de houding op de binnenplaats van het Zuiderzeemuseum, 1966. Dia door broer Cees Schoen.

Niet alleen op Internet is de Kroniek van Enkhuizen te vinden. Meestal staat er woensdags een artikel voor die Kroniek ook in de Enkhuizer Courant, geschreven door Oud-Enkhuizen voorzitter Klaas Koeman. In deze artikelen wordt telkens een gebeurtenis uit een  bepaald decennium beschreven en nu zijn daarin de jaren zestig uit de vorige eeuw aan de beurt. In diezelfde jaren zestig zijn de meeste stellen uit onze vriendenkring van toen getrouwd, ook ikzelf.

 

Mijn eerste werkkring was in 1957 bij drukkerij Posthuma tegenover het Stadhuis van Enkhuizen. Elke donderdag moest ik het daar gedrukte Weekblad van het Apostolische Genootschap boven in het kantoor, voor aan de Breedstraat helpen verzendklaar maken. In die tijd was donderdag de goedkoopste dag om te trouwen en menig paar trouwde daarom op die dag. Boven, vanuit het kantoor zagen wij daarom vaak donderdags aan de overkant op de stoep van het stadhuis de ceremonie voor de gezamenlijke familie trouwfoto. Fotograaf Bedijs van studio Flevo uit de Westerstraat leek er wel het monopolie op te hebben en bedrijvig dirigeerde hij iedereen op de juiste plek

 

Zelf kozen wij in 1966 voor de toen net begonnen fotograaf Andries Zwaan om ons trouwen in beeld te brengen. Zwaan had zijn winkel in de Vijzelstraat nog niet klaar maar dat belette hem niet om de opdracht aan te nemen. Een paar dagen na onze trouwdag kwam Andries aan de deur vragen of hij de trouwjurk van mijn vrouw een poosje mocht lenen. Dat was oké en met de jurk op zijn arm stapte Andries voorzichtig in zijn auto.

 

Foto Kino Zwaan in de Vijzelstraat was klaar voor de officiële opening. De openingshandeling was, door met een Polaroid camera een foto te maken van een in de winkeldeur staande etalagepop gehuld in de trouwjurk van mijn vrouw. Fotograferen met een polaroid camera was toen net in zwang en uiterst modern. Maar trouwfoto’s werden nog met een gewone camera genomen en in zwart/wit afgedrukt. Al snel na de opening van Foto Kino Zwaan hing er van ons trouwen uitvergrootte foto’s in zwart/wit in de etalage.

 

Als waardering voor het lenen van de trouwjurk kregen wij de uitvergrotingen uit de etalage en de helft van onze trouwreportage cadeau van Foto Kino Zwaan, zoals het bedrijf werd genoemd.

Later verhuisde Foto Kino Zwaan naar de tabakswinkel van Wiggert Brouwer in de Westerstraat/hoek Pekelsteeg. Een flauwe mop deed toen nog de ronde: ‘Wiggert Brouwer leit slecht hè?’ Oh? ‘Ja, valt niet mee op zo’n bochel.’ De goede man was niet alleen klein van stuk maar ook behept met een bochel.

 

Polaroid fotografie is praktisch uit het tijdsbeeld verdwenen sinds de opkomst van digitale fotografie en ook Foto Kino Zwaan is niet meer. Wel is op dezelfde plek weer in de Vijzelstraat van Enkhuizen nu de fotozaak Foto&Zo. Die zaak is onder andere van onze ex-Miss Nederland, Petra Hoost. Maar dat is weer een ander verhaal.

 

  


op 2/4/13
\.

Heel lekker weer was het toen ik een keer op het Weelenpad fietste. Dat Weelenpad is vanuit Enkhuizen mooi aangelegd, niet recht uit, recht aan, maar slingerend door weilanden en een stukje bos, richting Lutjebroek. Alle jaargetijden is het mooi om daar te fietsen en op dat moment was het gras langs het pad hoog genoeg om te worden gemaaid. Een tractor bestuurd door één man met daarachter een maaimachine deed al het werk. Het gemaaide gras bleef in mooie, lange rijen liggen om te drogen

 

Een tijdje daarna zag ik langs dat Weelenpad weer die man op zijn tractor met daarachter een machine die het hooi verzamelde, oprolde tot een grote, vaste rol. Een paar ijzeren armen staken uit de machine en die wikkelden zwart plastic om de hooibaal en hup, de machine poepte een grote, zwarte bol uit. De ene na de andere zwarte bol kwam op het veld te liggen naast het pad. Eén man die al dat werk verzette.

 

In de vorige eeuw was mijn opoe van moederskant samen met een aantal van haar zusters nabij de Oosterdijk aan het hooien. Met een zeis maaiden ze het gras, met grote harken keerden ze af en toe het te drogen gras en staken dat later met hooivorken op in hooiroken. Vele handen maakten licht werk en zo had ieder wat te doen. Nu doen velen niets, maken machines het werk licht, maar of de mensen er vrolijker op zijn geworden?

 

Op de foto: eerste van links, onbekend. Tweede van links, met zwarte rok Marijtje Broekhuizen-Bruijn. Zij werd ruim honderd jaar en was getrouwd met slager Broekhuizen van het Spaanschleger. Derde van links, Kee v. Dam-Bruijn. Vierde van links, vooraan met zeis, Ka Stelling-Bruijn (moeder van Simon Stelling, hij was een bekende voetballer bij West-Frisia en later ook zijn zoon, weer een Simon). Daar achter, alleen haar gezicht is te zien naast de steel van de zeis, Meink Dekker-Bruijn, getrouwd met Jacob Dekker (opoe o.a. van Jaap, Simon, Klaas en Frans Dekker). Tweede van rechts, Pietertje v.d. Leek-Bruijn, werd op haar 23ste al weduwe en ook zij werd ruim honderd jaar. Ze is nooit hertrouwd, woonde en dreef een winkeltje op het Sijbrandsplein. Zij was de moeder van Piet v.d. Leek, broodventer bij de Broodfabriek. Helemaal rechts mijn opoe, Maartje Koedooder-Bruijn.

 

Er waren nog twee zussen, Geertje Eylander-Bruijn en Aaltje Feller-Bruijn, die buiten Enkhuizen woonden. Ook waren er twee broers, Pieter Bruijn (vader van o.a. Wiebe Bruijn, bekende klarinettist van het KSM) en Klaas Bruijn, getrouwd met Grietje Bart, hun huwelijk bleef kinderloos. Allen waren kinderen van Cornelis Bruijn (1849) en Marijtje de Vries (1857). Dat echtpaar (mijn overgrootouders) woonde op hun oude dag in het (weduwen)huis van stichting Johanna Margaretha de Vries in de Westerstraat van Enkhuizen.


Onderwerp: Anekdotes 3 reacties Tell a friend 4744 Clicks Ongepast  
\.
V.l.n.r.: profiel Aad Schoen, met blonde krullen Riet Kok, Lies Visser in streepjesrok, Margriet de Jong kijkt om, Akkie Visser op de rug in jurk, rechts Cor Zwier. Vooraan: Barend Schouw en Roel Vis.

Al weer een tijdje geleden bezochten mijn vrouw en ik de Zaanse Schans. Onze auto met fietsdrager parkeerden we op een Carpoolplaats een eind daar vandaan en fietsen er verder naar toe. We bekeken de aparte, groen geverfde huisjes en ook het oudste Albert Heijn winkeltje werd door ons bezocht. Na een rondvaart over De Zaan langs ‘die mooie molens’ en fabrieken aan de overkant stapten we weer op de fiets en reden naar omliggende dorpen. We stopten op een gegeven moment bij een terras van een restaurant om daar wat te gaan eten. Even verder op dat terras zat een groepje jongemannen aan een biertje luidruchtig te wezen.

 

Stalen rossen

Na het afrekenen maakten we aanstalten om weer te vertrekken. Langs die jongemannen op onze fietsen toelopend, vroeg ik me quasi nonchalant hardop af  of we op die stalen rossen Enkhuizen nog zouden halen. Eén van die jongemannen op het terras reageerde en vroeg aan een andere uit dat groepje: ‘heb jij niet iets met Enkhuizen?’ Die jongeman zei toen: ‘Nou, daar komt mijn vader vandaan, die is daar geboren en getogen.’ Zonder iets bekends aan de jongen te zien zei ik in een impuls: ‘Je vader is toevallig niet Cor Zwier hè?’ Dat bleek dus wel zo te zijn.

 

Atlete

Cor Zwier was een broer van Nel Zwier, de bekende Enkhuizer atlete die met hoogspringen voor Nederland uitkwam op de Olympische Spelen van Rome in 1960. Na de Spelen bij terugkomst in Enkhuizen was er een enorme menigte op de been om Nel te verwelkomen. Triomfantelijk werd ze vanaf het station door de stad gereden en werd haar een feest aangeboden in het Gomarusgebouw op de Breedstraat. Bevriend zijnde met haar broer Cor was ik daar ook bij en herinner me dat Nel o.a. een ring kreeg aangeboden die ze, naar ik meen, later moest/mocht doorgeven aan een sporter uit Enkhuizen die na haar ook de Olympische Spelen zou halen. Een soort van wisseltrofee dus, maar of dat ooit is gebeurd?

 

Vriendschap

Eind jaren vijftig werkte ik als leerling bij drukkerij Posthuma tegenover het Stadhuis op de Breedstraat. Daar kwam een leerling collega bij die in het Patrimonium woonde. Een tweetal jongedames dat ook bij Posthuma werkte, waren buurmeisjes van mij op de Breedstraat. Buiten werktijd kwam de leerling collega samen met hem twee bevriende buurjongens uit het Patrimonium een kijkje nemen op de Breedstraat om nader kennis te maken met die meisjes. Vriendschap ontstond en we gingen met z’n allen naar de Kwinta, wandelen, zwemmen bij de Zuiderdijk, bij elkaar op verjaardagen, etc. 

 

Verkering

Dat leidde ertoe dat Cor Zwier (hij was één van die buurjongens van de collega uit het Patrimonium) verkering kreeg met een van de collega/buurmeisjes van de Breedstraat. Meer verkeringen ontstonden in onze groep, gingen ook weer uit en weer aan met een ander uit de groep. We speelden als tieners ’s avonds af en toe Haantje Kraai en vormden daarbij twee groepen. Ook getrouwde, jong volwassenen van onze Breedstraat buurt deden soms mee en met het roepen van Sik, Sik mè, was het een spannende zoektocht van de ene groep naar de andere. Op het Havenkwartier werd door de oudere jeugd ook Haantje Kraai gespeeld maar ik was toen te jong om daar aan mee te mogen doen.

  

Verhuizen

De ouders van Cor besloten Enkhuizen te verlaten omdat vader Zwier in de Zaan was gaan werken en er in de Wormer woonruimte gevonden werd. We zijn met onze vriendengroep nog een keer op de Brommer naar de Wormer gereden om Cor te bezoeken. Werden er hartelijk ontvangen door moeder Zwier en zagen elkaar weer terug. Maar ja, hoe gaat dat, het leven gaat door en we hebben ze verder nooit meer gezien. En nu dan kwam ik een zoon van Cor tegen op een terras in de buurt van de Zaanse Schans. We vroegen hem zijn vader de groeten te doen en gaven onze namen. Cor kwam nooit meer in Enkhuizen, vertelde de zoon. Onbegrijpelijk, dat iemand die geboren en getogen is in Enkhuizen en er zelfs aan Haantje Kraai mee deed, niet verscheurd wordt door heimwee. Daar kan toch geen Zaanse Schans of Wormer tegen op?

 

 


op 3/2/13
\.

Binnenkort wordt het nieuwe Medisch Centrum aan de Molenweg in Enkhuizen opgeleverd. Ziet er mooi uit zo van buiten, geen saai gebouw, maar net alsof het allemaal aparte herenhuizen zijn. Verschillende plaatselijke huisartsen zullen daarin praktijk gaan houden, waaronder ook de huisartsen Blijendaal & de Vries. Bezoekers aan hun praktijk op de Breedstraat konden daar in de wachtkamer foto’s zien hangen van hun voorgangers.

 

Doktersjas

De dokter vóór Blijendaal & de Vries, dokter Van der Veer bracht een totale verandering in benadering van de patiënten. Die dokter, niet meer gekleed in een witte doktersjas, maar soms gewoon in een T-shirtje en spijkerbroek zittend op zijn bureau in plaats van er achter, daarvan wist je in het begin gewoon niet hoe of je het had. Hij haalde je zelf op uit de wachtkamer en amicaal werd je benaderd. Als je bij wijze van spreken meerdere klachten tegelijk had, opperde hij een keer bij een vriend van ons: ‘gelijk maar een APK-keuring?’ Deze vriend was ‘not amused’ toen maar wij konden er om lachen.

 

Injectie

Vóór dr. Van der Veer was in deze praktijk dr. Sundermeijer. In zijn wachtkamer ging een tringbel die je op jou beurt naar de spreekkamer riep. De meestal ernstig kijkende dokter ontving je zittend achter zijn bureau in een witte dokterjas. Je kunt je dat haast niet meer voorstellen maar soms rookte de dokter gewoon een sigaret tijdens het consult. Het praktijkgebouw van dr. Sundermeijer was in de Van Bleiswijkstraat, daar waar nu een tandarts in zit. In die tijd kwam je eigen huisarts ook ’s avonds bij je thuis als dat nodig was, want Dr. Sundermeijer heeft mij een keer ‘s avonds heel laat een pijnstillende injectie toegediend.

 

Gebroken been

Zìjn voorganger in die praktijk, dr. Van de Heide, hield praktijk in een gedeelte aan de zijkant van zijn woning, genaamd De Wieke. Die naam kun je nog steeds lezen op een grijze gevelsteen aan dat huis, ook in de Van Bleiswijstraat. Dr. Van der Heide is een keer’s avonds in mijn ouderlijk huis op de Breedstraat een poosje televisie blijven kijken toen hij een visite bij ons aflegde. Daar kwam hij waarschijnlijk verder weinig aan toe of misschien had hij in die tijd nog geen tv. Op een keer nam de dokter mijn vader, die toen gevallen was met zijn brommer en daarbij een been brak, gewoon mee in zijn auto naar het Snouck van Loosenziekenhuis in de Vijzelstraat. Daar nam hij mijn vader op zijn rug, droeg hem de trap op van het ziekenhuis portaal en zo naar binnen. Kom daar nu nog maar eens om!

 

Onderzoek

De voorganger van dr. Van der Heide was dr. Bekkering. Die dokter kan ik mij in deze praktijk niet voor de geest halen. Heb dr. Bekkering nog wel meegemaakt als dokter van het Groene Kruis. In het Groene Kruisgebouw op de hoek Van Bleiswijkstraat/Vissersdijk (gebouw is nu verdwenen) werd je als lagere schoolkind onderzocht. Dr. Bekkering stuurde mij begin jaren vijftig nog eens zes weken naar de vakantiekolonie Zwartendijk in Egmond aan/Zee.

 

Plaquette

Of de nu nog bekende dokter Van der Lee ook arts was in deze praktijk weet ik niet. Kwam wel een inentingsbewijs tegen van mijn moeder (zie illustratie). Zij werd tegen pokken ingeënt door dr. H.C. van der Lee op 'de 21e maart 1919'. Dr. Van der Lee heeft veel betekend voor Enkhuizen en is daarvoor geëerd met een herinneringsplaquette op een monument in het Wilhelmina plantsoen. De koperen afbeelding van zijn profiel op dat monument is laatst nog door onverlaten gestolen en daarom daar opnieuw ‘hufterproef’ aangebracht in kunststof. Menig Enkhuizer jong paartje heeft op de bijbehorende bank van dat monument vertoefd…..

Als die bank eens spreken kon….. zouden in ieder geval die dieven gepakt kunnen worden.

 


\.
Weekend binnen sneeuwpret in Legerplaats Nunspeet winter 1962/1963. Voorste soldaat maatje Gerard Hakvoort uit Bathmen bij Deventer, tweede soldaat ikzelf. Eigen foto.

Precies vijftig jaar geleden, vooral in januari 1963, was het een zeer strenge winter. Als dienstplichtig militair in die tijd had ik mij (niet ziek zijnde) ziek gemeld bij de Kazerne in Nunspeet. Bijna niemand in Enkhuizen had toen telefoon, op middenstanders en dokters na, dus vroeg ik mijn toen nog a.s. schoonmoeder mij ziek te melden. Zij hadden als Meubelhandel De Jong op Breedstraat 80, later 45 wel telefoon en enigszins weifelend voldeed ze aan mijn verzoek. Ik keek van achter de kachel toen mooi naar de Elfstedentocht op de televisie, die gewonnen werd door Reinier Paping.

 

Ziekmelding

Met kermis, harddraverij e.d., meldde ik me ziek bij de kazerne want die feestelijkheden in de stad wilde je toch niet missen en snipperdagen had je niet in Dienst. Een militaire arts kwam na de ziekmelding je thuis opzoeken en meestal gebeurde dat op donderdag na het weekendverlof wanneer je jezelf had ziek gemeld. De arts stuurde je vaak gelijk terug naar de kazerne maar ik zei dan dat het net zo’n beetje heen en weer reizen zou zijn, omdat vrijdag mijn verlofweekend in zou gaan. Dat was wel niet zo, want je had maar één keer in de veertien dagen verlof. En dat was niet het aankomende weekend, want je was het vorige al thuis, maar dat wist die arts vanzelf niet. Hij schreef dan de reisorder uit om de maandag na het eerst volgende weekend naar de kazerne te gaan en zo was je dan mooi tien dagen thuis.

 

Medicijnfles

Alleen die militaire arts kwam in januari ’63 dinsdags al langs terwijl ik op donderdag had gerekend en dus niet in pyjama zat. Mijn schoonzus die bij ons thuis was deed open en stelde zich voor als mevrouw Schoen. Ze ging de dokter voor de naar de huiskamer waar ik met haar zoontje van net een jaar op schoot zat en die dezelfde naam draagt als ik. De dokter vroeg hoe of het ging, wat ik mankeerde en vertelde hem dat ik buikgriep had. Of ik de huisarts had geraadpleegd en medicijnen had gekregen, vroeg hij. Ja, antwoordde ik en liet hem een medicijnflesje zien met mijn naam erop. ‘Neusdruppels voor buikgriep?’, riep hij verbaast uit. Mijn schoonzus pakte haar kind op en liep krampachtig haar lachen inhoudend naar de keuken, waar mijn moeder ook al in een stuip naar toe ging. Het flesje dat ik liet zien was van de kleine geweest toen die kort daarvoor ziek was. Ik had helemaal niet in de gaten gehad dat er neusdruppels opstond, zag alleen de datum en zijn naam en die is dezelfde als die van mij!

 

Militaire arts

De dokter wilde mij gelijk de volgende dag al terug sturen maar ook hem vertelde ik dat het dan net heen en weer reizen zou zijn omdat vrijdag mijn verlof in zou gaan. Waarschijnlijk dacht de arts dat mijn schoonzus mijn vrouw was en de kleine ons kind en schreef hij daarom de order maar uit om op de maandag na het eerstvolgende weekend naar de kazerne te gaan. In dat bewuste weekend kwam ik Douwe Visser (tweelingbroer van Kobus) tegen in de stad, die toen ook in militaire dienst zat en er een ernstig ongeluk had gehad. Douwe had ook bezoek gehad van dezelfde militaire arts en deze had hem gezegd dat er op de Breedstraat eentje zat die er een potje van maakte. Hij zou die een volgende keer pakken.

 

Kleine oorlog

Weer terug in de kazerne was ik gelijk de pineut want er was ‘oefening kleine oorlog’ en dat in hopen van sneeuw en stervens koud. PSU (persoonlijke uitrusting) bij elkaar zoeken, wapen pakken en buiten opstellen in rijen van vier en werden afgemarcheerd naar het exercitieterrein. Het daar aanwezige testteam controleerde of je geen verboden attributen en/of geld bij je had. Pukkel, ransel en zakken moesten daarvoor worden leeggehaald. Onder leiding van de wachtmeester liepen we per groep het bos in rond de legerplaats.

 

Bombardement

Na uren en uren banjeren door de sneeuw kwamen we op een open plek op de hei (de heide zelf was niet te zien, ondergesneeuwd) waar keukententen stonden opgezet. Gelukkig, we dachten iets warms te krijgen. Maar er kwam een mededeling dat de keuken gebombardeerd was, het voedsel gelukkig gered, maar niet kon worden bereid. De mestins (etensblikken) moesten tevoorschijn worden gehaald en daarin kregen we een paar rauwe, geschilde piepers en een stukje rauw vlees. Goede raad was duur. Gelukkig hadden we een Indische jongen in onze groep, die ons zei boomtakken en takjes te zoeken. Zelf had hij een beetje benzine van de voertuigen bij de keuken ‘versierd’ en maakte met dat alles een vuur waarop wij de mestins plaatsten. Mijn allereerste barbecue! Maar helaas lukte het niet erg, de mestins zwartgeblakerd en het voedsel niet te vreten. Zonder eten, na alleen een beetje water uit onze veldfles gedronken te hebben, hobbelden we terug naar de kazerne. En gek, we waren er binnen drie kwartier. Ze hadden ons gewoon misleid en uren van hot naar her laten sjouwen in dat bos.

 

Eén keer ben ik daarna nog ziek gemeld in de kazerne en dat was gelijk toen voor maanden. Lag écht in de kreukels na een ernstig ongeluk. Was m’n straf vanzelf.

 


op 3/12/12
\.
Schaatsen op buitendijks(nu recreatie)terrein. V.l.n.r.: Lies Visser, Rinus Schoen, Akkie Visser, Ria Karremans. Onder v.l.n.r.: Verkering Margriet de Jong, ikzelf en Lies Visser op de Wilielkariberg.

Als je aan het eind van de zeemuur (of begin, net hoe je ‘t bekijkt) de dijk op gaat langs het algemene kerkhof van Enkhuizen, grazen daar herten van Sprookjeswonderland. Wij, kinderen van het Havenkwartier (en niet alleen wij) gingen op die plek daar ’s zomers, eind jaren veertig/begin jaren vijftig, naar beneden om te gaan zwemmen aan het Noorderstrandje, zoals we dat noemden. Daar buiten de zeemuur was een stukje grasland waar het water van het IJsselmeer tegenaan klotste. Het water was er niet diep en dus veilig voor ons omdat we de zwemkunst nog niet meester waren. Verderop bij het Hertenkamp kabbelde het IJsselmeer eerst tegen een rijtje zwerfkeien, dat voor de zeemuur lag en bij storm sloeg het water gewoon tegen de zeemuur. Zoals nu nog bij dat stuk muur voorbij het jachthaventerrein tot aan de Harlingersteiger.

Nieuw land
Ongeveer tien jaar later, eind jaren vijftig begon men met zandopspuiting vanaf de Immerhornpolder, langs de zeemuur tot voorbij speeltuin Kindervreugd. In eerste instantie bleef nog veel water op dat nieuwe land staan, waar ’s winters bij lichte vorst al ‘tussen de kluiten’ kon worden geschaatst. Ook grote hoeveelheden Basaltkeien werden aangevoerd voor versteviging van de randen rondom het nieuwe gebied. Met onze buurtgenoten van de Breedstraat gaven wij die ‘bergen’ stenen toen namen, namen die we samenstelden uit onze eigen naam. Zo vormden we bijvoorbeeld de ‘Wi-li-el-ka-ri-berg’ van Wim-Lies-Elly-Klaas-Rinus.

Oerwoud
Op het pas ontstane land groeide als vanzelf heel veel riet en werd het later een bijna ondoordringbaar oerwoud van struiken, moerasandijvie, poelen en kleine bomen. Voor de ‘Plakkersweibuurt’ (Van Linschoten-/Wagenaarstraat) was het een eldorado om daar te ravotten waarbij ze ‘oorlog’ voerden tegen alle anderen die daar wilden ‘rondstrunen’. Na verloop van tijd ontstonden er ‘wandelpaden’ in die wildernis en liep de halve Henkuzer bevolking er te koekeloeren.

Recreatiegebied
Op het later netjes ontgonnen en geëgaliseerd terrein werd het nieuwe buiten zwembad gegraven, bijgebouwen gebouwd, ligweiden, strandjes aangelegd, kortom een heel nieuw recreatieterrein ontstond. Eerst had Enkhuizen buiten de voetbalvelden alleen maar een buitenzwembad aan de Zuiderdijk in het IJsselmeer en de Boxewei (speelweide) in het plantsoen voor (sport)recreatie.

Bungalowpark
Op dit nieuwe buitendijkse terrein bevindt zich nu ook Sprookjeswonderland, een Overdekt Tropisch Zwembad (het eerdere buitenbad is al weer gesloopt), Camping, Buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum, Jachthaven, etc. Niet meer voor te stellen dat we achter het Staversepoortje vroeger in een slootje daar salamanders vingen. En er is nog geen einde aan de ontwikkeling van het gebied want er is sprake van dat daar ook nog een recreatie bungalowpark komt.

 


op 4/11/12
\.
Zussen Truus en Lies Slok tijdens de kermis (± 1960) van Enkhuizen op de Kaasmarkt. Achteraan: Poffertjeskraam op de Nieuwstraat. Foto van Akkie Laan-Visser. Haar tante Truus (links) en moeder Lies.

Begin jaren vijftig was de kermis in Enkhuizen veel groter dan tegenwoordig. Vaste onderdelen van de kermis, bijvoorbeeld de poffertjes kraam stond op de Nieuwstraat bij de fietsenwinkel van Poen (nu Dekker). Voor de Huishoudschool stond meestal de zweefmolen en schommelschuiten en de Botsautootjes altijd op het Verlaat voor de winkel van bloemist Ramkema bij de Broodfabriek (nu appartementen complex Willigenburg). De kermis was verspreid over de Kaasmarkt, Noorderhavendijk en het Verlaat.

 

Schommelen

Schommelschuiten die je zelf moest opvoeren, was toen ook een vaste attractie. Je kunt je dat haast niet meer voorstellen bij het elektronische geweld van nu. Onlangs zag ik trouwens dat deze schommelschuiten attractie weer werd opgebouwd langs de zeemuur, in het buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum, daarin hoort zoiets vanzelf nu thuis.

 

Rooie koppen

Op het Verlaat werd het ‘pleintje van Roozendaal’ ook altijd benut met een of andere attractie, zoals de Boerenkarren. Waar tijdens het ratelend ronddraaien (rijden) van die karren een zeildoekkap overheen ging en de meisjes dan stiekem onder die kap konden worden gezoend. Altijd veel gejoel van de omstanders als de kap weer omhoog kwam en de passagiers met rooie koppen in die karren zaten.

 

Bibberbaan

Ook was er vaak een variëtétent waar buiten de tent eerst een voorproefje werd gegeven van wat er binnen allemaal te zien zou zijn. Bewonderend stonden we daar de capriolen telkens opnieuw te bekijken, maar naar binnen gingen mijn broertje en ik niet als 9 en 10 jarige, want dan was gelijk je kermisgeld al bijna op. De vijf dubbeltjes die we elk éénmaal kregen voor de hele kermistijd werd zorgvuldig besteed. Een dubbeltje voor de bibberbaan kon eraf, want dat was een golfbaan waarin je een pluim kon pakken voor een gratis ritje. Die pluim, vast geklikt aan een bal werd door een kermisgast op en neer gehaald aan een touw en dat lukte ons soms.

 

Botsautootjes

Bij de autoscooter kon je ‘tijden’ staan kijken naar de botsende autotootjes en soms als een van mijn oudere broers of buurjongens daar in zaten mocht je een keer mee botsen. Liever hadden ze een meisje naast zich dus heel vaak kwam dat mee botsen niet voor. Een zuurstok van een dubbeltje werd door ons pas gekocht als de kermis werd verlaten, daar had je thuis dan nog wat aan. Een kokos makronen broodje van een dubbeltje kochten we samen voor onze moeder, dat was het enige wat ze lekker vond uit de kermissnoepkraam. Zo hadden we allebei nog een kwartje over voor een andere dag naar de kermis.

 

Vuurwerk

De Harddraverij kermis was meestal veel kleiner en kwam vaak niet verder dan het pleintje van Roozendaal. Maar de botsautootjes waren er altijd en stond dan voor de Huishoudschool.

Na het draven ’s avond naar het vuurwerk dat werd, toen wij in die tijd in de Spoorstraat woonden, afgestoken op het terrein van de Werf aan de Paktuinen. Met de jas aan in het gras gezeten op de walkant voor ‘Die Port van Cleve’ keken we vol ontzag naar de prachtige vuurspuwende, ronddraaiende creaties die daar waren opgebouwd. Aan het eind van het gebeuren stond dan in brandende letters: TOT VOLGEND JAAR. Heel anders dan nu, waarbij alleen vuurpijlen onder donderend lawaai de lucht ingaan.

  

Locatie

Na de renovatie van het uitgaansgebied Kaasmarkt/Noorderhavendijk van een aantal jaar geleden zwalkt de kermis van Enkhuizen nu van de ene locatie naar de andere en ook nog zonder botsautootjes. Die attractie wordt node gemist door de kleinkinderen en hun vriendjes zeggen ze, en wellicht niet alleen door hen. Hopelijk vindt men een ruimere, vaste locatie voor de kermis en wordt deze weer als vanouds beleefd.

 

 


op 3/10/12
Onderwerp: Diversen 5 reacties Tell a friend 3175 Clicks Ongepast  
\.
Snackwagen van Hannes van der Leek op het Tulpenplein in Plan-Noord. Dame in regenjas Marie v.d. Leek-Mantel, vrouw van Hannes. Foto: van Nico v.d. Leek, hun zoon.

Waar en wanneer hebben we ook weer in Enkhuizen voor het eerst een zak patat frites gekocht en ter plekke verorberd? Bij Jo Stavenuiter van de Kwinta op de Melkmarkt. Was hij niet de man die deze snack introduceerde in de stad, eind jaren vijftig/begin jaren zestig? Jo’s dochter, Nolda Stavenuiter bakte er voor een dubbeltje een zak frites zonder en voor vijftien cent mét mayonaise. Op dezelfde plek kun je trouwens nog steeds terecht voor patat frites, alleen de prijs is sterk veranderd.

 

Hotel Victoria

Politieman Raatjes nam de Kwinta van Stavenuiter over en weer later zwaaide Siebe Kooiman er de scepter (daarvoor had hij een schildersbedrijf in de Torenstraat). Siebe zijn dochters Tinie en Gerie Kooiman stonden toen in de Kwinta om beurten de patat frites te bakken. Van het gebouw op de hoek Melkmarkt/Torenstraat (v/h Albert Heijn) had Kooiman een hotel gemaakt, Hotel Victoria. Dat hotel was geen lang leven beschoren. René Smit dreef er later nog zijn sportartikelenwinkel en nu zit er een viszaak in dat pand.

 

Munt Bioscoop

Jopie Brouwer met zijn ijssalon in de Waagstraat verkaste naar de Westerstraat (naast boekwinkel Lenters op de hoek Westerstraat/Paulus Potterstraat), nu Natuurvoedingswinkel. Ook bij Brouwer kon je naast het ijsje terecht voor een patatje, et cetera. Na een bezoek aan de Muntbioscoop (nu Hema) zaten we daar begin jaren zestig vaak nog een tijdje na aan een patatje, etc.

 

Snackbars

Patat Frites en andere snacks werden steeds populairder en meerdere snackbars/automatieken verschenen in de stad. Automatiek Groot in de Westerstraat naast het Weeshuis en Hannes v.d. Leek kwam met een snackbar op het Tulpenplein in Plan-Noord. In een omgebouwde autobus borrelden de gesneden piepers in de oven en op een terras voor de bus kon je ‘mooi an’ zitten. Ook Jaap van Goor samen met zijn vrouw Vronie Dekker hadden later aan de achterkant van hun slagerswinkel in de Piet Smitstraat op Plan-Noord een patat frites snackbar.

 

Visstad

De familie Edelenbosch, die eerst een patat zaak had op de hoek Broekerhavenweg (Padje) /Streekweg, naast Geerlings fietsenzaak (gebouwen zijn nu verdwenen) kwamen naar Enkhuizen. Zij vestigden zich in de Westerstraat/hoek Doornkroontjes in de voormalige kruidenierswinkel van de familie Mens met hun snackbar, genaamd Telstar. Sindsdien is patat frites niet meer weg te denken in de visstad Enkhuizen, maar voor een ‘vissie’ kun je er ook nog altijd terecht.

 


op 15/8/12
\.
Foto: M. Schoen

Er zijn gezinnen waarvan kinderen zich tegenwoordig ziek melden op school als ze jarig zijn. Niet om dan lekker thuis hun verjaardag te kunnen vieren, maar die kinderen schamen zich omdat ze die dag op school niet mogen trakteren. Geld kan onmogelijk daar voor worden vrijgemaakt bij die vaak één ouder gezinnen, werklozen, bijstandsgerechtigden, enz. Zij vervallen in armoede en moeten soms ook noodgedwongen gebruik maken van de voedselbank.

 

Jarige Job

Een dame, zelf met drie kinderen en die het wel goed heeft, trok zich het lot aan van die arme schoolkinderen. Zij richtte daarvoor stichting De Jarige Job op en die stichting zorgt er nu voor dat die kinderen uit haar woonwijk op school kunnen trakteren als ze jarig zijn. Die jarige Job’s krijgen daarvoor een mandje met versnaperingen die ze mogen uitdelen én een klein cadeautje voor zich zelf. Bij de beter gesitueerden is vaak het omgekeerde het geval, zij weten met verjaardagsfeestjes soms van gekkigheid niet te bedenken wat nu weer te doen om in de pul te vallen bij de mede scholiertjes cq vriendjes. Zoiets is er langzaam ingeslopen en we deden er zelf aan mee.

 

Zuurtjes

In mijn jeugd, eind jaren veertig begin jaren vijftig mocht ik blij zijn, om als kind uit een gezin van vijf jongens, op school te kunnen trakteren. Bij kruidenier buurman Sweer de Graaf aan de Havenweg werd daarvoor dertig zuurtjes uitgeteld, zuurtjes die kwamen uit zo’n grote, glazen snoeppot. Die zuurtjes werden verpakt in een papieren puntzak die rechtop stond in een ijzeren omlijsting op de weegschaal. Naar gelang het gewicht moest dan worden betaald. Op school werd in de klas op het bord een vlag getekend met daaronder je naam. Als jarige zat je op een hoge stoel voor de klas en nadat er voor je gezongen was liep je trots langs de banken om iedere klasgenoot een snoepje uit de papieren puntzak te laten pakken. Sommige van de zuurtjes kleefden aan elkaar en moesten van elkaar worden gehaald. Men kon er vanzelf geen twee krijgen want er was precies genoeg afgeteld.

 

Losse snoepjes

Een buurtgenootje bij mij in de klas was een kleine maand na mij jarig en kwam uit een gezin van acht kinderen. Ook zij mocht trakteren op dezelfde snoepjes uit de kruidenierswinkel van de Havenweg. Het meisje was begin december jarig en het was toen erg koud. Bij het naar school lopen had ze daarom de zak snoep in haar wijde broekzak gestopt met haar hand er bovenop. Bij het uitdelen kleefden de meeste snoepjes toen aan elkaar en moesten van elkaar worden gepulkt. Er waren kinderen in de klas die er hun neus voor ophaalden en het snoepje weigerden. Vanaf die tijd was het gedaan in onze klas met trakteren op onverpakte snoepjes.

 

Gulden

Toen ik in de derde klas (1952) van de lagere school jarig was wilde ik liefst op droptoffees trakteren (dropkarremels noemden wij ze). Die zaten apart verpakt in een papiertje en zouden vast niet geweigerd worden door de klasgenootjes. Maar die droptoffees kostten een cent per stuk en thuis waren ze niet van plan zich in de schulden te steken. Toen ik opperde dat die karremels misschien wel betaald konden worden van de gulden die we altijd van opoe kregen voor onze verjaardag, gingen ze over stag. Bij Noordeloos (nu Logement de Buitenkant) in de Brugstraat verkochten ze die dropkarremels en ik liet moeder Noordeloos, haar zoon Fred zat bij mij in de klas, dertig toffees uittellen én een reep chocola voor de juffrouw, dat slijmen was toen ook in zwang gekomen. Veertig cent ging er van mijn verjaardag gulden af, maar ja je moest toch wat, een stichting als De Jarige Job bestond in Enkhuizen niet.


op 3/7/12
\.
Schrijver dezes en Gerrit Zalm. Eigen foto.

Enkhuizen was/is af en toe in het landelijke nieuws. Een tijdje geleden nog met het Buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum (moderne kunst in een folkloristisch museum) maar vooral toen met die Lanspunt slang affaire; ook met het doodknuppelen van een lastige bejaarde man en met de Neeltje Jacoba van Klaas Bruinsma, een schip dat Enkhuizen toen als thuishaven had (gedoe rond Mabel Wisse Smit) en met Gerrit Zalm vanwege de DSB bank.

 

Stroomuitval

Ook was er de commotie over stroomuitval van bijna een nacht lang in het toen net geopende, spiksplinternieuwe Westfriesgasthuis in Hoorn. Dat was natuurlijk markante Enkhuizer Gerrit Zalm zijn schuld. Tussen Hoorn en Enkhuizen bestond altijd een grote rivaliteit. ‘Beschuit, beschuit, Hollandia ‘legt’ er uit’, jouwde we vanuit de bus als we met schoolreisje begin jaren vijftig dóór Hoorn over het Grote Noord reden. Gerrit Zalm, geboren en getogen ‘Henkuzer’, heeft de eerste paal geslagen voor dat ziekenhuis. Misschien heeft hij die paal wel expres op die stroomkabel geheid. ‘Enkhuizen geen Snouck van Loosenziekenhuis? We zullen jullie krijgen’, zou ‘t niet?

 

Menners

Gerrit Zalm’s vader was kolenboer in Enkhuizen. Hij reed begin jaren vijftig met paard en wagen van het treinstation door de Spoorstraat naar zijn opslagplaats. Wij, jeugd van het Havenkwartier, sprongen dan bij hem achter op zijn kar en ik moet zeggen, hij was op kolenboer Doris Franx na, de enige die ons er niet van afjoeg met zijn zweep. De meeste van die menners mépten je zo van hun wagen, niet te vergeten Floris Vodje (Ruiter).

 

Vervoer

Paard en wagen, je ziet ze niet meer in de straten van Enkhuizen. Kolenboer Kuiper van het Waaigat, kolenboer Zalm uit de Molenweg, kolenboer Doris Franx van de Breedstraat, kolenboer Sietses, met grote loodsen aan de Kuipersdijk, waarin ook tabaksbladeren hingen te drogen. De Enkhuizer Houthandel met paard en wagen waarop lange boomstammen werden vervoerd en stapvoets door de Spoorstraat ging. Maar de Bonenwagen van Sluys & Groot met Dries Mazereeuw op de bok denderde er doorheen en ook Floris Ruiter van het Vrijdom had altijd haast leek het wel. Meestal stónd hij in een korte, grijze stofjas op de bok en sloeg met zijn zweep knallend in de lucht om de paarden tot groter spoed te manen.

 

Voddenboer

Ullebe Broer, de schillenboer sjokte met paard en wagen door de stad en haalde overal aardappelschillen, groente restanten en oud brood op voor het vee. Voddenboeren echter kwamen meestal per bakfiets langs. Davidje Renders bijvoorbeeld haakte zo’n aangeboden zak met vodden aan een trekveer weegschaal en bepaalde zo de prijs die men er voor kreeg. Ook oud ijzer, koper en lood kon je hem aanbieden. Oud papier was ook nog een tijdje populair en wij kinderen verzamelden dat overal vandaan en kregen daar dan een paar stuivers voor.

 

Bakfiets

Op bakfietsen reden door de stad de visboeren, Karel de kat (Buis, tevens stadsomroeper), Rinus de kat (Buis), Klaas de bul (Visser). Visser trapte zijn bakfiets ook helemaal heen en terug naar Andijk. Jordens, groenteboer van de Zuiderhavendijk, Van Dok, groenteboer uit de Prinsenstraat (Tabakstreet), melkboeren Joost Lub uit de St. Jansstraat (Varkensstreet), Postma uit de Brugstraat, Karreman uit de Westerstraat, broodventers van de Broodfabriek o.a. buurman Schouten uit de Spoorstraat. Ik zal er ongetwijfeld zijn vergeten, maar allemaal kwamen ze aan huis hun waar aanbieden. Nu moet je daar voor naar de supermarkt.


Resultaten:1 - 10 van 64
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube