Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Profiel van Ko de Bruijn

  
Naam:Ko de Bruijn
Geslacht:man
  

Statistieken

Lid sinds: 4 februari 2013
Laatste login: op 5/2/13
Dit profiel is al: 1717 keer bekeken
  
Aantal artikelen geplaatst: 2
Aantal clicks ontvangen: 8008
  
Aantal stemmen gegeven: 0
Aantal stemmen ontvangen: 0
  
Aantal reacties gegeven: 5
Aantal reacties ontvangen: 5

Meest recente geplaatste artikel:

Als jochie was het voor mij altijd een avontuur als ik met de boot meemocht.  Die vertrok ´s ochtends om 0600 uur uit Enkhuizen.  Eerst deden de brugwachters van de havendienst de drommedaris brug trouw open om die tijd, later ging de boot s´middags al door de brug, zeker om overuren van de havendienst te verminderen.  Die had je vroeger niet, je deed gewoon wat je werruk was.  Die brug ging open op het handje, de man in uniform trok aan de ketting, en het tegenwicht ging naar beneden, en de boot kon er door.
Het was mooi om dan Enkhuizen langzaam te zien verdwijnen in de verte, en tot het vuurtje van Marken was er bijna geen wal meer te zien.  Als we langs het vuurtje van Marken voeren, dat Het Paard schijnt te heten, bliezen de mannen op de hoorn, en dan kwam de hele  familie van Marregie naar buiten, een hele marimba van kinderen, en ze wuivden met zadoekkies.  en wij ok  ´tuurlek.  Dat is een leuke herrinering.  Ik geloof dat het vuurtje eerst nog een eilandje was ook.  In Amsterdam gingen we door de Oranje sluizen, en dan naar de Prins Hendrik kade, bij de Haarlemmerstraat of dijk.  Het was enorm gezellig, zelf laden en lossen met de gieken, en met het handje. In het vooronder stond een kacheltje en een petroleum stelletje, om het prakkie op te warreme.  Ook waren er kooien, een soort bedstedes, die niet al te fris roken.  Om vier uur ´s middags voeren we weer terug naar Enkhuizen, waar we meestal om 2030 aankwamen.  De kapitein was eerst Kapitein Kees de Jong, die na zijn pensioen nog een reissie meeging als matroos, omdat er een kerel te kort was.
Bij het afmeren in Enkhuizen gleed hij uit op het ijs op de reeling, en viel tusswen wal en schip.  Na veel te lange tijd hebben ze hem er uit weten te krijgen, en toen naar het ziekenhuis gebracht, maar hij overleed toch daar.  Wat ik nooit heb begrepen is dat daar waar iedere dag veel mensen werkten met lossen en laden, vrachtautos, paardewagens, er geen laddertje was langs de beschoeiing om er uit te klimmen mocht je te water vallen.  Dan had die man er uit kunnen klimmen voordat hij hyperthermies werd. Ook is er nog eens ter plekke een speelmaatje in het water gevallen, Jantje Edelebosch, die op de hoek Havendijk en Hel en Vagevuur woonden.  zijn boertje heette Oene.  Ik en Oene stonden dom te kijken, opeens was Jantje er niet meer.  Ik naar het kantoor van mijn vader, en die kwam aanrennen en sprong te water, en dook een paar keer, en bracht Jantje naar boven.
Zover ik weet heeft mijn vader twee kinderen uit de Dijk gracht gered.  Hij wou daar niks voor hebben, alleen het geld voor de stomerij.  Hij was erg fanatiek dat ik snel zwemmen zou leren, ja, het is overal water daar.  Ik moest een keer naar het zwembad aan het schelpenstrandje van hem, maar het was vies regenachtig weer, en badmeester vd Leek had op het bordje met krijt 14º staan.  Nou, dat was mij te koud hoor, als mager jochie van 6 of 7 jaar.  Ik heb mijn zwembroek nat gemaakt, en mijn haar, en toen een beetje rond gereje op de fiets, tot dat ik dacht dat het veilig was.  En zo ging dat.
De Vereeniging is in de zestiger jaren verkocht, ik zag hem nog een keer in de Amstel in Amsterdam.  De boot is een van mijn beste herrineringen aan vroeger.  Ik wou graag zelf zeeman worden, en dat heb ik gedaan.  Twintig jaar gevaren, en toen 25 jaar in de haven gewerkt op sleepboten en als loods hier in Puerto Limon.  Ik neem nog ff een neutje, en zo ken ut wel weer effe.  Ko de Bruijn.

Meest recente gegeven commentaar:

Ja, dat is mijn tante Bob, getrouwd met oom Maarten, een broer van mijn moeder. Ja, tullepepiet was nogal ruw en grof in de omgang, mijn Opa dus. Toen mijn moeder ziek was, heb ik van mijn vierde tot mijn vifde ongeveer op het Westende gewoond bij Opa en Oma Bakker. Opa stond ´s ochtends om vier uur op in de zomer, en om vijf uur waren ze al op de bouw, met de schuit, tulpen koppen, en later rooien, op de knietjes, de hele dag. Opa Bakker hield niet van moderne werkwijzes, alles moest op het handje zoals het altijd gedaan was. Ook terwijl hij "stinkend rijk" was, zat hi zelf op hoge leeftijd 85 jaar nog de hele dag met zijn knieën in de prut. Van 0500 uur toto soms acht uur ´s avonds. Hij at rauwe uien zoals wij een appel eten. Tante Bob was voor mij een erg lieve tante, en bij haar thuis was het gezellig en relaxed. Ze was een prima moeder. Oom Maarten was ook een verrekt aardige kerel. Voordat ze trouwden is Bob nog goed bevriend weest met mijn moeder, Aafje Bakker. Na het overlijden van Opa Bakker, kwam er nog een scheuring in de familie, een dochter was getrouwd met een tandarts en de andere met Van Slooten peperemunt. Maarten is daar schijnbaar nooit overheen gekomen. Waar maken de mensen zich druk over, ze zijn nu allemaal dood. We moeten zien wat belangrijk is in het leven. En geld en stand is dat niet, en ook geloof niet. Het maakt ons toch niet meer uit wat de mensen geloven, als ze maar mens zijn! Ik houd veel van mijn tante Bob. Ko.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube