Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Jeugdherinneringen van Joop Knukkel

Volgende Vorige Overzicht
Onderwerp: Anekdotes geef reactie! Tell a friend 4803 Clicks Ongepast  
Een ansichtkaart van de Karnemelksluis omstreeks 1920 +
Een ansichtkaart van de Karnemelksluis omstreeks 1920

Jeugdherinneringen van Joop Knukkel

Waar denkt Joop Knukkel (1936) aan als hij denkt aan zijn jeugd? “Voetballen op de Karnemelksluis.” Antwoordt hij zonder enige twijfel.

“Tussen de middag, ’s avonds, we waren eeuwig aan het voetballen. Er waren twee putten midden in de straat, tussen de putten was het doel, aan de andere kant ook. Je kunt je niet meer voorstellen dat je daar kon voetballen als je de Karnemelksluis nu ziet met al die auto’s. Toen stonden er geen auto’s, er was helemaal niks! Je moest alleen uitkijken voor Dhr. Beekhoven van de politie. Die liep zijn vaste rondje altijd door de stad, en wij wisten dat hij om een uur of vier over de Karnemelksluis kwam. Dan was het: Stoppen met voetballen, Beekhoven komt!” Joop lacht. “Als ik terugdenk aan mijn jeugd, denk ik altijd aan voetballen. Altijd met de buurjongens en buurmeiden, er voetbalden toen al meiden mee bij ons. Het is was dus niet nieuw dat er nu damesvoetbal kwam, dat hadden wij toen al!”

Het Apenspel
“In mijn hele jonge jeugd speelden we altijd achter de telefooncentrale, in het Apenspel. Verstoppertje en alles wat er maar te doen was. Dat was ons speelterrein en daar haalden we allemaal ondeugende dingen uit natuurlijk. Ik vergeet nooit buurman Kofman. Er lag sneeuw en we hadden een hele grote sneeuwbal gemaakt. Die hadden we voor buurman Kofman zijn deur gelegd en aangebeld. Hij stond te schelden achter die sneeuwbal, hij wist hem weg te duwen en kwam achter ons aan. Wij liepen een doodlopend steegje in en toen had hij ons allemaal! Hij pakte ons een voor een beet ‘heb jij het gedaan?’ ‘nee’ en dan mocht je doorlopen. Volgende ‘heb jij het gedaan?’ tot die steeg leeg was natuurlijk. Ik was gelukkig de derde die aan de beurt kwam ‘nee, nee meneer Kofman’. Hij had er geen erg in dat die steeg leeg was, omdat het er zodonker was. Dus hij liet iedereen lopen!” vertelt Joop Knukkel lachend. “We konden er later wel om lachen, maar als kind kneep je hem natuurlijk.”

School
“Ik zat op school B, zo noemde we de Boschschool. Dat was bij het Boschplein, officieel het Zuiderkerkplein. Vroeger zat daar ook de kleuterschool. Veel mensen weten dat niet meer, maar ik kan me ook goed herinneren dat daar de brandweer heeft gezeten. Voordat deze naar de Koltermanstraat verhuisde zat hij tussen de kleuterschool en het postkantoor.

Op de Boschschool heb ik zeven klassen afgelopen. Ik was altijd dol op rekenen. Als je jarig was mocht je zeggen wat je de laatste anderhalf uur wilde doen. Iedereen wilde altijd naar de speelweide, voetballen. Maar toen zei ik dat ik wilde rekenen. Nou dat heb ik geweten. Ik heb alle jongens van de klas achter me aan gehad om me op mijn lazer te geven. ‘Hoe krijgt die gek het in zijn kop om te gaan rekenen!’ Maar ik vond rekenen gewoon leuk.”

West Frisia terrein
“Mijn vader was terreinknecht bij West Frisia. Dat zat toen waar nu de flat van de Asterstraat staat. Ik zat daar veel op dat voetbalveld. In de consumptietent, zoals ze dat noemde, zat ik altijd met de buurjongens en deden we een voetbalspel dat daar stond. We dronken punch, met warm water aangemaakt, uit een groot glas. We voelden ons rijk als we daar zaten! Maar ik hielp ook mee tijdens wedstrijden. Ik heb zondags langs de lijn gelopen met een bak voor mijn buik. ‘Chocolade, sigaretten, ansichtkaarten’ riepen ze dan, maar dan riep ik terug ‘die heb ik niet!’ Vergeet niet dat West Frisia toen een hele bekende club was. Er kwamen zo’n 1000 tot 1500 mensen uit de streek vandaan. Dan stonden er zo’n vier of vijfduizend mensen langs de lijn hoor! In de rust liep ik daar voorlangs met die bak voor mijn buik. Mijn vader en moeder stonden in de consumptietent koffie, thee en dergelijke te verkopen.”

“Ze hadden daar ook een hele oude Engelse motormaaimachine. Die was wel eens stuk, maar dan moest het terrein evengoed gemaaid worden. En een voetbalveld is nog een groot terrein om te maaien hoor, met een handmaaiertje! Samen met mijn broer Gerrit. Hij erachter, ik ervoor met een touw. En dan moesten we even in een ochtend dat hele voetbalveld maaien!”

Veel spelen maar ook al hard werken

De buurkinderen waarmee Joop Knukkel altijd speelde bestond zo’n beetje uit een tiental kinderen. “Piet Klouwers, Trudie Peereboom, Ton Peereboom, Mea den Drijver, Jan Bouwman, Bertus Spaan, Joop Fijma en Piet Pietersen die aan de overkant woonde. En Riet Rustenburg, dochter van de drukker Rustenburg, die drukkerij is er nog steeds op de Karnemelksluis. Zij kwam altijd veel bij ons thuis, bij mijn moeder zat die vreselijk veel.” Mijn moeder was zwaar hartpatiënt. Dus in zijn jeugd deed Joop naast al het spelen en school ook veel van het huishouden. “Als jochie van negen stond ik al voor de wasmachine. Wasmachine? wastobbe! Mijn moeder had ook zenuwtoevallen. Dat wil zeggen, ze kreeg onverwachts een aanval en dan was ze helemaal van de wereld. Anderen schrokken zich dan lam, maar wij wisten precies wat er gebeurde. Dat ze even rustig moest blijven liggen, wat water erbij. En met een halve minuut kwam ze weer bij. Dat gebeurde regelmatig. Mijn moeder was een vrouw die vanwege haar gezondheid vanuit haar bed in de stoel ging zitten, wat breien, wat naaiwerk doen en daarmee hield het op.”

Ik was eraan gewend
“Ik vergeet nooit dat mijn moeder door de lange gang tussen de keuken en de kamer liep met een vetpan in haar handen. Ik kijk haar aan en denk, Oh, daar komt een aanval! Dus ik dook op die vetpan af, ik had hem net op tijd te pakken. Ze zakte toen ook onmiddellijk ineen. Ik was eraan gewend, om zo met die situaties om te gaan. Ik vond het heel normaal, ook om veel in het huishouden te doen. Er was evengoed genoeg tijd om te spelen. Je moet je ook de simpelheid voorstellen van toen. We hadden nog een ton waar alle behoeften op gedaan werden. En ons huis, op de Karnemelksluis 22, had geen achterom. Dus die ton moest door de keuken, door die lange gang het huis uit. Halverwege was de deur van de kamer en als die open stond ging Luit Maret, die de ton op zijn schouder meenam, nog met mijn vader staan praten ‘Hé Hein, hoe gaat het met je? Veel mensen vinden dat smerig en vuil, maar waarom, dat was toen heel normaal. Alles ging dwars door het huis!”

Goktent
Vroeger was er aan het wegje een slagerij van Klouwers, die hadden één zoon en dat was Piet Klouwers. Een keer in de zomer hadden de buurjongens een tent gebouwd tegen de slagerij aan. “Samen met Bertus Spaan, Aad Veenstra, Jan Bouwman, Piet Klouwer en mijn persoon hadden we in die tent een spel waar je voor 3 of 5 cent kon trekken met een bal. Als je 500 punten had mocht je een prijs uitzoeken. Dus al ons speelgoed stond daar. Toen de zomer afliep was ons speelgoed weg en hadden we veertig euro verdient. We waren hartstikke rijk, maar dat was gauw weg!”

Melk uit de boerenhoek
“Die slagerij Klouwers slachtte nog zelf, die had één keer in de week nog een koe die in dat kleine slachterijtje werd geslacht. Een prachtig mens, maar hij stond altijd met een dikke sigaar boven het vlees. Klouwers had familie in de Boerenhoek, Mantel. Die hadden een grote boerderij met allemaal koeien. Ik ging vaak met Piet Klouwers mee naar zijn tante toe, want in de oorlog was je blij als je met melk thuis kon komen. En het spelen in de hooiberg was leuk!”

“Het leuke is, Piet Klouwers is later ook in de gemeenteraad gekomen, dus daar heb ik later samen met hem ingezeten. Helaas is hij veel te jong overleden. Maar ik heb een leuke tijd gehad daar in die buurt.”


Carina Jonker

Met dank aan de heer Knukkel
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube