Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
5.0
2 stemmen

Interview Auke Harlaar (75 jaar) door zijn kleinzoon Niels (14 jaar)

Volgende (inactief) Vorige (inactief) Overzicht
Avatar van op 30/8/09 door Gerrit Harlaar

Interview Auke Harlaar (75 jaar) door zijn kleinzoon Niels (14 jaar)

Hoe oud was u toen de 2e wereldoorlog begon, en waar woonde u?
Ik was 7 jaar en ik woonde in de Oostertuinstraat op nummer 8 in Enkhuizen.

Was er in Enkhuizen iets merkbaar van die oorlog en wat zag u daarvan ?
In Enkhuizen was vóór de oorlog bij ons in de buurt een kazerne met Nederlandse soldaten, waar wij als jongens nogal eens gingen kijken.

Toen ons land zich had overgegeven aan de Duitsers zag ik dat Nederlandse soldaten bij de haven met een bestelwagen vol geweren kwamen en die geweren met een grote boog in het water gooiden. Dat was om te voorkomen dat deze wapens in handen van de Duitsers zouden vallen.

Bij de monding van diezelfde haven werden twee veerboten – de Van Wijk en de Van Hasselt - tot zinken gebracht met het doel daarmee Duitse schepen te beletten in of langs de haven te komen.

Hoe heeft u de 2e wereldoorlog ervaren, heeft u angst gevoeld? Heeft u voorbeelden van angstige situaties?
Ik vond het in het begin wel interessant, al die Duitse soldaten, van angst was nog geen sprake. Pas na het bombardement in onze straat, (waarbij wonder boven wonder in ons gezin van 7 personen geen doden of gewonden vielen) waren wij vaak angstig toen er in de laatste oorlogsjaren elke dag  en iedere nacht Engelse en Amerikaanse vliegtuigen in formaties van twaalf tot zestien stuks, over ons heen vlogen. Die waren  op weg naar Duitsland om te bombarderen en kwamen later terug ( behalve dan de door de moffen neergeschoten vliegtuigen). Omdat Enkhuizen op de punt van West Friesland ligt was het een soort baken en een knooppunt voor de deze vliegtuigen waar ze zich vanuit verschillende richtingen samenvoegden. Vooral de vliegtuigen die op de terugweg waren en (nogmaals) beschoten werden door de Duitse schepen in de haven, bezorgden ons angstige momenten omdat er wel eens een in de omgeving neerstortte.

Heeft u honger geleden tijdens de 2e wereldoorlog?
Wij hadden doorgaans voldoende te eten. Mijn grootvader was visser op het IJsselmeer zodat wij regelmatig vis konden eten. En mijn vader was werkzaam in de agrarische sector en wist meestal wel aan voldoende aardappelen, groente en fruit komen. Toch werd ook bij ons thuis stroop gemaakt (gekookt) uit suikerbieten. Ik zie de grote pan bieten nog staan te pruttelen op de kachel in de kamer. En ook  maakten wij in de laatste oorlogswinter  gebruik van de zogenaamde “gaarkeuken”. Daar werd op verschillende plaatsen in de stad in grote ketels – doorsnede ruim een  meter – voedsel gekookt (vaak aardappelsoep met een kleine hoeveelheid groenten en vlees), die dan op zogenaamde distributiebonnen gratis werd uitgedeeld. Je kwam dan met een pan(netje) dat dan ter plaatse gevuld werd. Als jongens gingen wij vaak proberen om uit de leeggeschepte ketels de op de bodem achtergebleven vleesresten op te pikken. Dat viel niet altijd mee want de ketels waren wel ongeveer een meter hoog. We hadden wel niet echt  honger, maar iets extra’s probeerde je wel te pakken te krijgen. Lekkere dingen zoals chocolade en sinaasappels waren in die tijd niet te koop. Die moesten uit het buitenland komen. Maar de import daarvan lag toen stil.

Was u op de hoogte van wat er gebeurde in Nederland, zoals de jodendeportatie?
Nee, ik kan me niet herinneren dat ik daar in de oorlogsjaren iets over gehoord heb.

Zijn er bekenden van u doodgeschoten door de Duitsers, en werd er in uw omgeving geschoten?
Een neef van mijn vader, Tom Kranenburg, die aan het verzet had deel genomen, en in 1943 werd verraden, werd in Scheveningen geëxecuteerd.

In de lucht beschoten vliegtuigen elkaar regelmatig en Duitse oorlogsschepen schoten vanuit de haven op de overvliegende geallieerde vliegtuigen die uit Duitsland terugkwamen, en soms al laag vlogen omdat ze al aangeschoten waren.

Zijn er bekenden van u actief geweest in het verzet?
Ja, enkele bekenden: Tom Kranenburg, Sam Keesman, Adriaan Groot en Dick Broer. Maar dat hoorden wij pas na de oorlog.

Hebt u in de oorlogsjaren als jongen nog meer gezien of beleefd ?
Onze school werd in de laatste oorlogsjaren door de Duitsers als kazerne gebruikt. Op het dak hadden ze een paar grote rode kruisen laten schilderen. Dat was bedoeld om de geallieerde vliegtuigpiloten op een dwaalspoor te brengen, en daarmee bombardement of beschieting te voorkomen. Wij moesten toen tijdelijk naar school in een gymnastieklokaal.

Als jongens waren we altijd nieuwsgierig naar wat de Duitsers ( de moffen) deden. Soms zag je ze marcheren in de stad. En dan zongen ze onder meer :”Und wir fahren gegen  Engeland, ahoy ahoy “. Ze wilden ook Engeland veroveren. Maar dat is ze niet gelukt.

Vanuit de Huishoudschool, die ook gevorderd was door de Duitsers, en waar de plaatselijke bevelhebber de “ Ortskommandant “ gezeteld was, werd elke dag het in de school gebakken brood op een houten, door twee soldaten getrokken vierwielige wagen naar de Duitse oorlogsschepen in de haven gebracht. Wij waren vaak bij de haven te vinden, en hielpen dan zogenaamd die Duitsers om die vrij zware met brood volgeladen wagen bij een helling op te duwen. En vanaf de achterzijde pakten we dan gauw een paar van die broden en renden ermee naar huis. Mijn vader vond dat maar niks. Die wou geen “moffenbrood” eten. Maar wij als jongens aten dat toch vaak zelfs zonder beleg op.

In de laatste oorlogsjaren was ook brandstof voor de kachel ( steenkool) schaars geworden. We hadden ontdekt dat op het terrein bij het spoorwegstation, vlak bij ons, voor de Duitse kazernes bestemde spoorwagons met steenkolen werden overgeladen in vrachtwagens.  En daar vielen nogal eens stukken steenkool tussen de wagon en de vrachtwagen. Die gingen wij dan verzamelen om thuis te kunnen stoken. Dit mocht natuurlijk niet van de moffen. Op een gegeven moment schoten daarom een paar Duitse soldaten vanaf het station op de kinderen die daar toen met die kolen bezig waren. Mijn broer was daar toen bij. Er werd gelukkig niemand geraakt. We weten eigenlijk niet of er gericht werd geschoten of dat het waarschuwingsschoten waren.  Maar we werden wel bang en van thuis mochten we daar niet meer heen om kolen te pikken.

Op een ochtend, om 06.00 uur, ging ik met mijn vader achter op de fiets mee naar onze volkstuin aan de andere kant van de stad, toen er ineens een man op sokken langs de huizen rende en snel om de hoek verdween.
Dat was de genoemde Sam Keesman. Hij rende voor zijn leven, want bij hem thuis was een overval van de Duitsers gaande. Ze waren verraden. Hij, en enkele vrienden, zaten namelijk in het verzet en de verspreiding van het toen illegale krantje “Trouw”.  Hij had via de tuin weten te vluchten. Mijn vader, die deze man kende , zei toen tegen mij : denk erom, mond houden, je hebt niets gezien.

In de laatste oorlogswinter begonnen ineens een aantal mensen de bomen, circa 50 tot 60 cm dik, op de oude vestingwal van Enkhuizen om te zagen, om aan brandstof te komen. Anderen die dat zagen, gingen ook meedoen, want ze wilden ook wel wat van de buit hebben. Ook wij, mijn vader en een paar broers van mij, gingen daarheen, met een handkar, om de gezaagde takken mee naar huis te nemen. Plotseling verschenen er Duitse soldaten die iedereen verboden om het hout mee te nemen. Wij hadden toen gelukkig al één handwagen vol thuis gebracht.

En als laatste wil ik nog noemen de Bevrijding op 5 mei 1945. Mijn vader wekte ons ’s morgens vroeg met de boodschap dat de oorlog voorbij was omdat de Duitsers zich hadden overgegeven.  Of hij dat via Radio Oranje, waar hij altijd stiekem naar luisterde ( want dat mocht niet van de moffen) had vernomen, of via een relatie, weet ik niet meer.

Wel weet ik nog heel goed dat zich op die dag een grote menigte mensen verzamelde in het centrum van de stad, en dat na het hijsen van de Nederlandse vlag op de Zuidertoren, spontaan het Wilhelmus werd gezongen. Dat was voor veel mensen een emotioneel moment.

Als het nu 4/5 mei is hoe denkt u dan terug aan de oorlog?
Ik denk daar aan terug als een tijd waarin je ook als kind niet zoveel vrijheid had en altijd min of meer angstig was voor de overvliegende vliegtuigen en de beschietingen.

Interview Niels Harlaar  (kleinzoon)
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube