Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Historie van Draka

Volgende Vorige Overzicht
Jan van der Haar viert zijn 25 jarig jubileum bij Draka. v.l.n.r. Directeur Veldman, Jan van der Haar en zijn vrouw.  +
Jan van der Haar viert zijn 25 jarig jubileum bij Draka. v.l.n.r. Directeur Veldman, Jan van der Haar en zijn vrouw.

Historie van Draka

In een gebouw naast het stadhuis op de Breedstraat is het in mei 1956 allemaal begonnen. Daar stonden wat kleine machines en startte het bedrijf Drakaflex met 15 werknemers. Het was een onderdeel van Drakakabel dat naar Enkhuizen kwam omdat hier genoeg mensen waren om te werken. Jan van der Haar (1933) werd in juni datzelfde jaar aangenomen en was de 17e werknemer. Inmiddels gepensioneerd laat hij weten hoe hij de groei van het bedrijf en zijn verschillende functies heeft ervaren.

Start op de Breedstraat

“Ik werkte daarvoor in de zaadhandel, dat vond ik verschrikkelijk mooi, tussen de bloempjes en het selecteren van het zaad. Maar ik was verloofd en ik wilde geld verdienen. En toen kwam de Draka, die betaalde meer omdat mensen in ploegendienst gingen werken. Dat was toen de stimulans om naar dat bedrijf te gaan. Mijn loonnummer weet ik nog, 3017. Ik werd aangenomen voor allerlei fabriekswerkzaamheden en een uurloon van 1 gulden en 10 centjes. Dat 48 uur, was je weekloon. En als je nou heel erg je best deed dan werd je vulkanisator en kreeg je een dubbeltje per uur meer. En dat werd ik, dus ik had blijkbaar mijn best gedaan!” Lacht Jan van der Haar. 

“De rubber snoeren kwamen uit Amsterdam op grote rollen naar Enkhuizen. Daar werden stukken van gemaakt van twee, vijf of tien meter. En dat werden snoeren voor bijvoorbeeld stofzuigers of verlengsnoeren. De stekkers werden er in Enkhuizen aan gevulkaniseerd. Het rubber ging onder hoge druk en warmte en werd dan een soepele massa. Later gingen ze over op plastic.”

Ploegendienst

“In september was het gebouw klaar aan de Flevolaan. Als je nu de poort door gaat, het lage gebouw aan je rechterhand. De officiële opening volgde in maart 1957 door Burgemeester Admiraal. We zijn daar toen vrij snel in twee ploegendienst gaan werken. Er kwamen steeds meer mensen bij en dat liep eigenlijk als een trein. Toen werden ik en nog een aantal andere meewerkend voorman. Je had een ploeg en werkte gewoon mee, en als er wat was zoals een storing moest je ingrijpen. Het werk was allemaal op tarief. Je moest een aantal stuks maken per uur. Je moest bijvoorbeeld twintig snoeren per uur maken van een bepaald soort en als je dat haalde kon je 20% bovenop die 1,16 gulden extra verdienen. Op een gegeven moment werd ik ploegbaas, toen mocht de overal uit en kregen we een stofjas aan. Zo heb ik dertien of veertien jaar in de ploegendienst gewerkt.”

Fusie en overname

Er gebeurde in die tijd veel, er kwamen twee bedrijven bij op het terrein. Polva, gelieerd aan Draka, kwam uit Oosterhout en maakte kunststof buizen. Twee jaar later in 1960 volgde Draka Plastics, waar hoofdzakelijk folie, plastic doek, werd gefabriceerd. Het aantal werknemers was inmiddels gestegen tot een aantal van meer dan 800. “Enkele jaren later begon de grote dans om de stoelen. De Nederlandse Kabelfabrieken in Delft gingen fuseren met Draka Amsterdam, daarna werden de N.K.F opgekocht door Philips Eindhoven.”

En weer reorganiseren

“Er volgde weer een reorganisatie en Philips verkocht het bedrijf aan Solvay. Drakaflex, waar ik werkte, werd overgeplaatst naar Emmen. Er gingen een stuk of 8 mensen mee, de rest ging dus naar Polva of Draka Plastics. Je kon je voorkeur uitspreken. De laatste jaren in ploegendienst kreeg ik problemen met slapen. Dat was heel vervelend dus toen gaf ik de voorkeur aan dagdienst. Toen kwam ik bij het Inkomend goederenmagazijn van Draka Plastics. Daar heb ik als magazijnchef zo’n 13 á 14 jaar gewerkt.”

Zijn derde functie

“Na een tijdje ziek te zijn geweest had de sociale voorziening van het bedrijf een nieuwe plek voor mij gevonden. Van het magazijn ging ik, zoals ze dat deftig zeggen, naar de Interne communicatie. Dat hield gewoon in dat je op de postkamer werkte!” Van der Haar had het daar weer zo’n 13 jaar naar zijn zin met het verzorgen van de post door het hele bedrijf. Hij kwam op alle kantoren en had er nog een aantal nevenfuncties bij zoals de kopieerapparaten die in die tijd opkwamen. “In het magazijn was een hele drukke tijd geweest, en in de postkamer was eigenlijk een hele mooie tijd. Je kwam met veel mensen in aanraking en met het hele bedrijf. We werkte daar met vier mensen en daar werd ik dus een beetje de ‘hotemetoot’ van. Na verloop van tijd veranderde daar ook veel, vooral door automatisering. Dat ik stopte op mijn tweeënzestigste, werkte ik er nog maar alleen en dat ging ook.”

Meegegroeid

Jan van der Haar was de 17e werknemer, maar werkte uiteindelijk in een bedrijf met ruim 800 werknemers. Hij heeft deze groei ervaren als iets waar je zelf langzaam in mee groeit. “Maar je denkt nog wel vaak terug aan het kleinschalige, het gemoedelijke. Want de lijnen waren korter, je kon iedereen en ook meer persoonlijk. Op een gegeven moment dat het er veel meer werden had je geen overzicht meer, je kende sommige mensen alleen nog van gezicht. Maar of dit nu een last was, nee.”

Een sociale directeur

“Iedereen die er werkte had wel een binding met het bedrijf, dat wel. Ik denk dat dit in de loop van de tijd, wat ik dan hoor, is verandert ten opzichte van de tijd dat ik daar nog werkte. Toen hadden we daar directeur Veldman en dat was een sociaal bewogen man, hij was altijd aanspreekbaar. Om een voorbeeld te noemen, als je na nieuwjaarsdag weer begon te werken trok hij er altijd twee dagen voor uit z’n agenda om door de hele fabriek te gaan. Ook de ploegendienst, hij wilde iedereen eventjes een hand schudden. En als je nou echt iets had zei hij ‘kom eens een keer bij me langs’, en dat schreef hij allemaal op. Hij was betrokken bij de mensen.”

Nog anekdotes?

Ik weet nog dat Solvay toen het bedrijf had overgenomen en dat ik in het Inkomend goederenmagazijn werkte. Overal kwamen managers, dat waren geen chefs meer, maar managers. En toen kregen wij een Belgische meneer, een hele aardige man, maar echt Belgisch. Hij heeft dit later pas verteld. Hij kwam van de vestiging in Antwerpen en als hij daar op kantoor kwam of door de afdeling liep ging iedereen staan en zeiden ze allemaal ‘goedemorgen’. Dat was gebruikelijk daar, maar hier in Enkhuizen, in Nederland, was het ‘môge’!” Jan lacht en bedenkt zich gelijk nóg een verschil tussen de buurlanden. “Op maandagmiddag moesten we bij hem komen, ik en nog wat andere met een leidinggevende functie. Een bijeenkomst van een uurtje of zo, dan werd alles besproken of alles goed liep. En hem viel op dat als hij een opdracht gaf of iets anders, dat een Hollander altijd zegt ‘Ja maar...’ en dan kwam het argument om het anders te doen. Dat was hij niet gewend, Solvay in België was van oudsher een familiebedrijf dus de baas had altijd gelijk. En dat was hier toch een beetje anders, dat vond ik wel grappig!”

Trouwe werknemer

Na veertig jaar trouwe dienst krijgt Jan van der Haar een mooi afscheid met een, zoals hij zelf lachend zegt “Geen gouden hoor, maar een koperen handdrukje!”


Carina Jonker

Met dank aan meneer Van der Haar

Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube