Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Herinneringen Joop Fijma

Volgende (inactief) Vorige Overzicht
Theo(links) en Joop (rechts) +
Theo(links) en Joop (rechts)

Herinneringen Joop Fijma

In 1935 is hij hier in Enkhuizen geboren, en hij wil hier nooit meer weg. Joop Fijma bracht zijn jeugd door op de Karnemelksluis en heeft hier zowel verdrietige als spannende herinneringen aan overgehouden.

Theo
“Dit verhaal gaat over mijn broertje, het was echt een ramp.
Toen ik een jaar of zeven was, werd mijn kleine broertje Theo geboren, dat was op 16 februari in 1940. Ik had al twee zussen, dus vanaf zijn geboorte waren we met zijn zessen thuis.”

“Theo was stapelgek op mij en wilde altijd samen spelen, ik was dan ook zijn enige broer. Het was echt een lief jochie. We woonden op de Karnemelksluis, daar was beneden een bedstee en boven was een slaapkamer met twee bedden. In het ene bed sliepen mijn zusjes samen, in het andere bed Theo en ik.
Op 21 november 1944 wordt Theo midden in de nacht wakker en zegt: ‘Ik ga naar onze lieve Heer toe, in de hemel’. We waren namelijk katholiek opgevoed thuis ‘Je moet niet zo raar praten joh’, zei ik. Om te kijken wat er aan de hand was, deed ik het licht aan en schrok, die arme Theo was helemaal blauw geworden! Dat kon niet goed zijn.”

“Ik ging samen met Theo naar de bedstee van mijn ouders en vertelde aan hen dat Theo zich niet lekker voelde én blauw was. Theo moest tussen mijn vader en moeder in gaan liggen, zodat zij hem in de gaten konden houden. Mijn vader vertrouwde het niet en ging dezelfde nacht nog naar de dokter in de Breedstraat. Bij de dokter legde hij uit wat er aan de hand was en vroeg hem of hij alsjeblieft wilde komen kijken. ‘Hoe kan je me daarvoor uit bed bellen’, zei de dokter, ‘kleine kinderen van een jaar of drie zijn zo vaak ziek, de volgende dag spelen ze meestal gewoon weer buiten. Nee hoor, ik kom niet. Kijkt u het maar even aan tot morgenochtend, het stelt waarschijnlijk toch niks voor, welterusten.’

“Onze Theo werd die nacht steeds zieker en de volgende ochtend ging het nog steeds slecht met hem. Mijn vader besloot naar een andere dokter te gaan, eentje in de van Bleiswijkstraat. ‘Onze eigen huisarts wilde niet komen, daarom ben ik naar u gekomen,’ zei mijn vader, ‘onze zoon is zo ziek en hij is helemaal blauw, wilt u alstublieft komen kijken? Het gaat echt niet goed met hem!’ Deze dokter wilde wel komen kijken en kwam naar de Karnemelksluis. De dokter wierp één blik in de bedstee en zag genoeg: ‘Ik zie het al, dat jochie heeft zware niervergiftiging en moet zo snel mogelijk naar het ziekenhuis!’

“De ambulance, toen nog een bakfiets met een huifje en een doek er overheen, kwam voor de deur en Theo moest mee. Onderweg naar het ziekenhuis, op de ‘Weggies’ (Wegje) is Theo op 3-jarige leeftijd helaas overleden, het was te laat voor hem. Misschien als de dokter die nacht meteen was meegekomen, had het anders af kunnen lopen.”

“Na de oorlog kreeg ik weer een broertje, mijn ouders noemden hem Theo.”

Theo Fijma 16-2-41 - 22-11-44

Knokken op de Karnemelksluis
Vroeger waren er nog geen auto’s en kon er heerlijk op straat worden gevoetbald. En dat werd veel gedaan op de Karnemelksluis. In de straat waren twee putten, tussen de stoeprand en die putten was het doel. Op de Karnemelksluis werd gevoetbald door onder andere Joop Knukkel, Bertus Spaan, Piet Klouwers en Ton Peereboom.
Ook Joop Fijma, zijn zussen én zijn vader waren gek op voetballen, maar dit heeft wel eens gevolgen gehad.

“Op een zondag ging mijn vader naar Hein de Boer, dat was een café, hij ging kaarten met zijn vrienden en dronk een paar borreltjes. Één keer kwam hij ‘pittig in de olie’ terug en ging  een potje voetballen met mijn zussen. Op een gegeven moment kwam er een smeris aan, hij zette zijn fiets neer en zei: ‘Geef die bal maar aan mij!’ Mijn zus gaf hem braaf de bal. ‘Ik ga naar het bureau, en neem die bal mee’, zei de agent, ‘Je mag hier niet voetballen op straat’. Dat vond ik zo flauw van die agent, want er stonden geen auto's, we waren niemand tot last. Mijn vader was het ook niet met de agent eens en op de één of andere manier eindigde het gesprek in een flinke knokpartij! De hele buurt keek toe hoe ze elkaar de hersens insloegen, dus na een tijdje besloten de agent en mijn vader naar binnen te gaan. Daar ging het knokken gewoon door. Er vlogen schilderijen van de muur af, er vielen spullen om, ze bleven maar rammen tot mijn vader naar de eettafel wees: ‘Hier komt die bal en anders kom jij die deur nóóit meer uit! De agent legde als een mak schaap de bal op tafel, mijn vader gaf hem een sigaar en zei: ‘En nu opsodemieteren, ik wil je hier nooit meer zien!’ We hebben nooit meer wat van de agent gehoord, daarna altijd ongestoord kunnen voetbalen.”

Iris Vinkenborg

Met dank aan meneer Fijma


Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube