Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Door de oorlogsjaren heen gesukkeld

Volgende Vorige Overzicht
Helemaal rechts zit Klaas Appel, in zijn diensttijd +
Helemaal rechts zit Klaas Appel, in zijn diensttijd

Door de oorlogsjaren heen gesukkeld

Klaas Appel komt uit een gezin van tien kinderen en bracht zijn jeugd door op het Spaansleger. Op 16-jarige leeftijd gaat hij werken bij firma Zwaan in de Vijzelstraat, een zaadhandel die tegenwoordig niet meer bestaat. “Een paar maanden achter elkaar moest ik op een donkere zolder in een pakhuis dozen in elkaar flansen met behulp van een soort nietmachine. In de winter moest ik zakjes vullen met zaad, het werk was niet bepaald een feest voor een jonge knul. Er werkten nog meer jonge jongens en samen hadden we wel schik. Tussendoor heb ik nog tijdelijk als loopjongen gewerkt bij een kruidenier, daarvoor moest ik boodschappen wegbrengen en opvragen.”


“Mijn eerste werkdag zal ik nooit vergeten”

In het voorjaar was het werk bij firma Zwaan over. De vader van Klaas regelde een baantje bij een tuinder, maar ook dit liep in augustus op zijn eind. Klaas zat dus weer zonder werk, maar zijn vader hielp hem opnieuw uit de brand. “Mijn vader was chef tuinzaden bij de firma Sluis & Groot en hij heeft mij daar naar toe gehaald, ik ging als het ware bij mijn vader te werk. Bij de firma Sluis & Groot heb ik van alles gedaan. Mijn eerste werkdag zal ik nooit vergeten, het was prachtig weer en ik moest de hele dag binnen juten zakken schoonmaken. In deze zaken werd zaad verpakt en als ze leeg waren moesten ze schoongemaakt worden met behulp van een machine, die verschrikkelijk veel herrie maakte. En als je eventjes niet oplette, slikte de machine de hele zak in. Danmoest je de machine stopzetten en openmaken om de zak eruit te krijgen. Ik kwam steeds een trapje hoger in het bedrijf en ben uiteindelijk in de pakhuizen terecht gekomen, waar ik werkte met een gezellige ploeg mensen. Een nadeel was de stoffige omgeving, als het mooi weer was kreeg je helemaal geen buitenlucht. Er waren grote ramen en als je daardoor naar buiten keek, zag je mensen lekker in het zonnetje zitten terwijl jij binnen aan het werk was.”

“Mobilisatie was ontzettend interessant”
In 1939 begon de mobilisatie en deze vond Klaas Appel “ontzettend interessant”. Zijn vader had de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en vertelde hier vroeger vaak over. “Nu maakte ik het zelf mee, mensen die opgeroepen werden bijvoorbeeld. Hier waren toen nog van die Staverse boten waar zo’n 2000 man op ging. Dagelijks kwamen deze boten uit Friesland naar Enkhuizen, er stonden extra treinen gereed om de mensen verder te vervoeren.”

In dienst
Op een dag kreeg Klaas een oproep om naar Den Haag te komen. Hij moest in dienst bij de Blauwe Huzaren, hij had als één van de weinige jongens al een rijbewijs en dat heeft hem wel geholpen bij zijn dienstkeuze.  Klaas kwam namelijk op een hele oude pantserwagen terecht, waar hij amper in kon schakelen. Het stuur zat recht voor zijn neus, zoals bij een boot en Klaas moest gewoon op de vloer zitten. Het oude mormel had nog dienst gedaan in 1917 bij de aardappeloproer in Amsterdam.  Tijdens zijn diensttijd in Den Haag maakt Klaas veel nare gebeurtenissen mee, zoals een bombardement op Scheveningen, maar hij had goede kameraden opgedaan waar hij behoorlijk wat schik mee had.

“Alle dagen waren een avontuur”

Halverwege de oorlog keert Klaas terug naar Enkhuizen, hij kon weer aan de slag bij de Sluis & Groot. De vrachtwagens van het bedrijf waren gevorderd door het Nederlandse leger en daarom moesten zij overschakelen op paardtransactie. “Er was nog een bijrijder nodig voor op de wagen en dat werd ik. Het grootste deel van het jaar zwierven we langs de weg door heel West-Friesland tot in de Wieringermeer aan toe. Tegen het eind van de dag hadden we vaak te kort eten, dan vroegen we bij boeren om melk. In de Hongerwinter was het zo erg, dat het regeringsbrood dat je ’s morgens meegenomen had tegen lunchtijd beschimmeld was. Mijn maat en ik besloten bij de tuinders waar we een boodschap moesten doen iets te eten te vragen. Die boeren verbouwden van alles, dus zij hadden veel eten tot hun beschikking. De eerste en de beste die we om iets vroegen vergeet ik nooit meer. Het was op de Ouwe Dik in Westwoud en die beste man zei: Jongens kom erin, ik heb zelf gebakken brood! Dikke plakken brood kregen we van hem, met kaas en al. We hebben het zelfs daar aan tafel opgegeten. Het ging niet altijd vlot hoor, dat vragen, maar op deze manier zijn we er wel een beetje door heen gesukkeld.”

Klaas blijft even stil en kijkt voor zich uit voor hij weer verder vertelt. “Eigenlijk waren alle dagen een avontuur, achteraf denk je wel eens bij jezelf, je bent er vaak door heen geglipt. We reden bijvoorbeeld een keer door Zwaagdijk en toen kwam er een man naar buiten gesneld en waarschuwde ons: Jongens maak dat jullie wegkomen! Later hoorde ik dat daar toen vier jongens uit Andijk zijn neergeschoten, waarvan twee uit één gezin.”

Zwarte handel

In de Hongerwinter waren veel artikelen schaars, maar er werd hier en daar wat gesmokkeld. Ook Klaas probeerde een graantje mee te pikken. “Soms deed ik sjouwtjes bij de directeur van Sluis & Groot voor wat extra’s en dan kwam ik bij hem in de kelder. Die stond helemaal vol met blikken, gas en potten vol boter, je wist niet wat je zag. Ik had geen idee hoe hij daar aan kwam."

"In Enkhuizen was een maalderij, hier liet de directie van firma Sluis & Groot tarwe malen. Ik vervoerde met mijn wagen de tarwe naar een bakker en hij bakte er brood van. Dit was bestemd voor de directie en ook mijn vader kreeg wekelijks twee broden. Op een gegeven moment werd de bakker aangehouden en moest hij verklaren hoe hij aan zoveel tarwe kwam.  Er werd een proces tegen hem aangespannen en ik moest als vervoerder voorkomen! De aanklager was een NSB’er en hij eiste drieënhalf jaar strafkamp tegen mij. Gelukkig zat er een andere man, een deurwaarder, die de aanklager al een beetje kon en uiteindelijk moest ik alleen een geldboete betalen. Maar ik ben toen wel erg geschrokken.”

Incognito de stad uit
 “In 1944 vorderden de Duitsers mensen om op het vliegveld de Kooi in Den Helder te werken. Mijn baas stelde mij beschikbaar, dan was hij mooi een tijdje van me af. Ik heb daar veertien dagen gewerkt. Wij moesten dikke palen met een botte bijl hakken, dat schoot natuurlijk niet op. Als je iets deed wat de Duitsers niet naar hun zin was, kreeg je gewoon een klap. Een keer had één van de andere jongens tegen de Duitsers gezegd dat ik en mijn maat niet aan het werk waren, we kregen direct een geweer op ons borst gedrukt: arbeiten! Een andere keer gooide iemand spijkers in het water en toen pikte die Duitsers mij eruit, weer een geweer op mijn borst. Toen was ik er klaar mee en ben ik ondergedoken bij mijn vrouw in Andijk, we waren toen nog niet getrouwd. De dag nadat ik weg ben gegaan stond er bij mijn moeder thuis een Duitser en een Enkhuizer politieagent voor de deur om te vragen waar ik was. Mijn moeder deed alsof ze van niks wist en antwoordde dat ik in Den Helder was. Maar ze wist het wel hoor, ik ben bij haar langs geweest en daarna incognito met een brilletje en een hoedje op de stad uit gefietst zodat niemand mij zou herkennen!”

Een mooie afsluiting

Na de oorlog heeft Klaas nog jaren gewerkt bij Sluis & Groot, als chauffeur op een mooie Ford. “Na 48 jaar trouwe dienst bij firma Sluis & Groot ging ik met pensioen. Toen kwam mijn wagen opeens voor de deur en daar stond de hele familie en een band op, mijn collega’s hadden dit georganiseerd. Met de wagen reden we een paar rondjes om de Koepoort, het was een mooie afsluiting.”

iris Vinkenborg

Met dank aan meneer Appel
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube