Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

De hel van 1963

Volgende Vorige Overzicht
Avatar van op 17/1/12 door Marinus Schoen
Onderwerp: Anekdotes 1 reactie Tell a friend 2427 Clicks Ongepast  
Stroom auto's via Hennegat naar het ijs van de Oosterhaven voor toertocht over het IJsselmeer, januari 1963. +
Stroom auto's via Hennegat naar het ijs van de Oosterhaven voor toertocht over het IJsselmeer, januari 1963.

De hel van 1963

Januari 1963 was een zeer koude maand. De winter ‘62/’63 ligt nog in ieders geheugen die deze winter bewust meemaakte. De zeer strenge vorst maakte het mogelijk om met auto’s een toertocht over het IJsselmeer te maken. Maar hoe kom je in Enkhuizen met een auto op het IJsselmeer? Wie de tocht had georganiseerd weet ik niet meer, ik denk van de IJsclub, maar de tientallen auto’s die over de Breedstraat reden moesten de hoek Hennegat nemen naar de Oosterhaven om op het ijs te komen. Wij, familie Schoen, woonde in die tijd op die hoek Breedstraat/Hennegat en zag vanuit de warme woonkamer menige auto gewoon rechtdoor rijden. Maar vanuit de volgende straat, de Karseboomstraat kon je niet op het ijs van de Oosterhaven komen.

 

Hennegat

Buurvrouw Trijn Smit (getrouwd met Loots), die naast kolenboer Dorus Franx op de Breedstraat woonde kon dat niet langer aanzien. Iedere keer rende zij naar buiten en wees de auto’s de straat terug. Trijn, een kordate vrouw, meestal in haar boezelaar met blote armen was een behoorlijk aanwezige dame op de Breedstraat. Met deze kou trok ze toch maar een jas aan, wikkelde een sjaal om haar hoofd, maar wel met blote handen begon ze in de ijzige wind het verkeer op kruispunt Breedstraat/Boekbinderstraat/Hennegat te regelen. Als een volleerde verkeersagent met haar armen zwaaiend en met luid commentaar dirigeerde zij de stroom auto’s het Hennegat in waar je aan het einde over een schuine helling het ijs van de Oosterhaven op kon rijden. Vanuit de Oosterhaven reed je naar de Bocht, dan links naar de Sluizen, langs het Vuurtje van de Haven en zo het Krabbersgat op. Op het IJsselmeer was de tocht verder uitgezet, ik meen van naar Urk.

 

Bewaken

Die winter van 1962/63 bracht ik door als dienstplichtig militair in Legerplaats Nunspeet. Toen het in die winter achttien graden vroor moest er evengoed worden wacht gelopen. Normaal ging wachtlopen twee uur op, vier uur af maar was toen teruggebracht naar één uur op en twee uur af. Als je langer dan een uur buiten verbleef had je kans dat je neusvleugels bevroren, was de uitleg. Door de wachtcommandant werd ik in het donker afgemarcheerd naar de buitenkant van het kazerneterrein waar munitieopslagplaatsen bewaakt moesten worden.

 

Wachthuisje

Die gebouwen lagen aan een lange, tussen ijzeren gaashekken geasfalteerde laan in een somber stuk bos. Het begin en einde van de laan was afgesloten met een ijzeren hek. De kanonnier die ik daar moest aflossen prevelde de consignes over waar ik niets van verstond, maar wist dat die regels ook in het daar aanwezige wachthuisje aan de wand hingen. Je moest toch weten wat je daar kwam doen, nietwaar? In het open wachthuisje, waarin je qua omvang net rechtop kon staan bevroor je ter plekke, maar andere beschutting was er niet. Om niet te bevriezen rende ik met mijn Uzipistoolmitrailleur over de schouder de hele tijd die lange laan op en neer.

 

Knal

Moederziel alleen in dat doodstille, afgelegen bos. Opeens klonk er een knal en schrok me wezenloos. Trok mijn Uzi in de heup, waarvan in het magazijn vijf scherpe patronen zaten, maar zag niks in het donker. Weer een knal en nog een en besefte toen dat die knallen veroorzaakt werden door van bomen afknappende takken vanwege de droge, strenge vorst. Na de aflossing weer terug afgemarcheerd naar het wachtlokaal waarin je twee uur kon bijkomen, liggend op een schuine, harde houten brits.

 

Poort

Het felle witte licht in het lokaal hield je uit de slaap en na twee uur werd ik afgemarcheerd naar de achterpoort aan een donker zandpad. Ben daar maar naar lege cola flesjes in het zand gaan zoeken die er soms lagen en een dubbeltje statiegeld op brachten in de kantine, want geldgebrek was er altijd. Gelukkig hoefde ik in de vierentwintig uur’s wacht niet aan de voorpoort te staan, want daar moest je stil blijven staan en telkens in de houding springen als er een meerdere door het poortje ging. Die lieten zich in die kou vanzelf niet zien en jij stond daar maar te verrekken.

 

Ziekmelding

De elfstedentocht die ook in die winter werd verreden, in een sneeuwstorm en door enorme sneeuwmassa’s en gewonnen werd door Reinier Paping, heb ik thuis op de Breedstraat van achter de kachel bekeken op de televisie. Had me ziek gemeld bij de kazerne, kou genoeg geleden vond ik. Toen ik na die elfstedentocht terug kwam in de kazerne organiseerden ze een ‘kleine oorlog’ en was ik weer de pineut. Kramperen in de sneeuw, maar dat is een ander verhaal.

 

 

 

Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Commentaar op dit artikel:
1 reactie op dit artikel
  • Re: De hel van 1963
    Gepost door Akkie Laan-Visser, op 18/1/12
    Ja Rinus die goeie ouwe tijd he, ook dit weet ik natuurlijk nog heel goed wij woonden op de Breedstraat hoek Hanepootsteiger dus dicht bij de Oosterhaven alle dagen op het ijs, toen hebben we wat geschaatst he en af en toe wat lekkers halen bij Ome Teun of bij Rika Edelenbosch die woonde op de Oosterhaven. Ga zo door met je columns Rinus heel goed. Akkie Laan-Visser

Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube