Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Bomen kappen op de Karnemelksluis

Volgende Vorige Overzicht
De Karnemelksluis met de bomen vol in bloei. +
De Karnemelksluis met de bomen vol in bloei.

Bomen kappen op de Karnemelksluis

Er zijn twee specifieke dingen die Joop Knukkel (1936) zich kan herinneren van de oorlog in Enkhuizen. Het bomen kappen op de Karnemelksluis, waar hij opgroeide, en het bombardement.

Nachtelijk houthakken
“We woonde op de Karnemelksluis en in de Peperstraat was de kazerne waar later de Timotheusschool zat. In die kazerne zaten de Duitsers. Die liepen wacht van de hoek Karnemelksluis, over de Peperstraat tot de Westerstraat en dan weer terug, heen en terug. De hele Karnemelksluis stond vol met prachtige hoge bomen. De gemeente Enkhuizen kwam op een middag een boom weghalen, want de bomen waren wat verrot. Ik vergeet nooit dat ik het als kind zijnde erg vond dat die boom wegging.”

“Maar toen zei de gemeente dat ze waarschijnlijk allemaal weg moesten. Wat gebeurde er, in die nacht zijn alle bomen zowat verdwenen! Buurman de Leur nam een boom voor zijn rekening, mijn vader een boom, Jan Veenstra van de Wortelmarkt met een boom. Al die mensen waren daar midden in de nacht een boom aan het omhakken. En dat moest stil gebeuren want die Duitsers wandelde daar door die Peperstraat heen. En als ze geen wacht hadden werd er helemaal hard doorgewerkt! Dus de volgende dag was een groot deel van de bomen verdwenen toen de gemeente kwam. Ik heb het ongelofelijk gevonden. Die mensen dachten natuurlijk brandhout binnen te halen. Want er was geen stroom, helemaal niks. Je was blij als je ergens wat warmte kon krijgen. Ik vergeet nooit dat ze alle huizen hebben afgezocht. Er kwamen huiszoekingen op de Karnemelksluis van de politie en de Duitsers. Maar er was geen spaantje hout te vinden. Dat hadden die mensen allemaal nog weten weg te werken ook, naar andere delen van de stad. Bij familie en dergelijke.”

Het bombardement
“De tweede herinnering was het ergste, dat was het bombardement in Enkhuizen. Wij stonden daar op de Karnemelksluis gewoon te kijken. Het was ongelofelijk, ze waren daar aan het schieten en aan het vechten. We stonden gewoon te kijken hoe een vliegtuig allemaal dingen naar beneden schoot. Je dacht dat het ergens op het IJsselmeer was. Totdat, ik vergeet het nooit meer, iemand met een jongetje op zijn arm uit de Waagstraat kwam rijden, via de Zuiderhavendijk, met een bebloede kop en dergelijke. Arie den Drijver was dat, uit de Van Bleiswijkstraat, die was daar in de haven. Die was ook bij het bombardement gewond geraakt en reed naar het ziekenhuis. Dan weet je pas hoe erg het was toen dat gebeurde. Wij allemaal als de donder naar binnen! Terwijl het bombardement zowat al achter de rug was.”

Niet slecht de oorlog doorgekomen
“Ik moet eerlijk zeggen. Er werd veel honger geleden toen, maar mijn vader handelde wat in paling en dergelijke. Zwarte handel noemde ze dat als je in paling handelde. Dat heeft hij gedaan om ervoor te zorgen dat er een goed inkomen voor ons was. Zodat er eten op tafel kwam. Na de oorlog is hij er ook onmiddellijk mee gestopt. Hij zei alles te stelen van die Duitsers wat hij kon. Maar daardoor moet ik eerlijk zeggen dat ik dus niet zo slecht die oorlog doorgekomen ben. We hebben misschien een of twee keer van de gaarkeuken gegeten. Dat de oorlog afgelopen was, was ik negen jaar. En als kind had je er allemaal niet zo’n erg in. Dat je om acht uur binnen moest zijn, dat moest toch al op die leeftijd. Ik moet zeggen dat ik verder niet zoveel van de oorlog heb meegekregen. Behalve die twee momenten, die staan in mijn geheugen gegrift.”
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube