Bent u op zoek naar specifieke informatie?
Gebruik dan het onderstaande zoekveld.
|
|
bombardement 15 maart 1945bombardement 15 maart 1945Ik was op dat moment ongeveer negen en een half jaar oud, maar
weet nog steeds wat er op dat ogenblik in mijn beleving
gebeurde.
We speelden op de hoek van de Noorderweg en de Noordergracht. We dat was ik zelf, Jaap Zwier en Klaas Gorter. Jaap of Japie zoals we hem altijd noemden is de zoon van Willem, die destijds op de begraafplaats werkte. Klaas Gorter is de zoon van het hoofd van de Politie te Water, welke kantoor had op een slaapkamer van een woning op de Noorderweg tegenover de Kruislaan. Plotseling een enorm lawaai van twee zeer laag overvliegende vliegtuigen, ze kwamen vanuit het noord- westen en het leek wel of ze de Noorderweg als richting gebruikten, op weg naar hun doel. Klaas Gorter zei meteen: die gaan bombarderen, hij had in de omgeving van Rotterdam gewoond en dus mogelijk al wat ervaring. We kropen meteen naar de hoek van de werkplaats van mijn vader ( Noordergracht no.1) en keken met ons drieën boven elkaar, ter plaatse van de stalen kast van het P.E.N. die daar stond, richting Sybrandsplein. We hoorden de vliegtuigen en kort daarop de explosies, gevolgd door enorme geelgrijze rookwolken. Links daarvan vanuit ons punt gezien doken weer twee vliegtuigen in duikvlucht en volgden er weer explosies, met nog meer rookwolken. Ik weet niet of er luchtalarm is geweest, maar daarna werd het stil. We zeiden tegen elkaar, kom op we gaan kijken. Personeel van mijn vader probeerden ons terug te roepen, maar daar schonken we geen aandacht aan. Klaas Gorter ging naar huis, maar Japie ging met me mee. Op het Sybrandsplein gekomen ontdekten we dat het bezaaid was met donker bruine granaatscherven, we waren wel verbaasd maar schrokken daar niet van. Via de Vijzelstraat kwamen we op de Wegjes, hier kwamen we een man tegen met een stuk van zijn arm er af en een huilend kind van een jaar of vijf naast zich, we liepen verder en gingen de hoek om naar de van Bleiswijkstraat. Hier kwam een blank gelakte bakfiets aan rijden met daarop zittend een jongen, welke Cees Schuijt was, die luid huilde en zijn been miste. Natuurlijk schrokken we, maar we liepen verder over het Venedie, naar de Paktuinen. In de Paktuinen was de brandweer aan het blussen bij de timmer-en schilderwerkplaats van de werf . We mochten niet verder komen en liepen terug, linksaf naar de haven. We liepen richting visafslag en zagen daar diverse zwaar beschadigde huizen oa. van het toenmalige café Planting. Betonnen trappen van het dijkje waren volledige over de kop geslagen en er lag veel puin op straat. Maar veel mensen zag je niet op straat. We liepen door naar de Drommedaris en liepen er onder door. Wat ons gelijk opviel was, dat er zich op de muur een flinke bloedvlek bevond met haarresten. De brug was grotendeels verwoest, een groot deel van de kademuur was weggeslagen en het huis op de hoek aan de overkant lag in puin. Wat me verbaasde was, dat het huis, waar mijn grootouders de Graaff hadden gewoond, nagenoeg onbeschadigd was. Verder was er veel schade aan de poort en de muur van de Drommedaris aan die kant. Omdat we niet over de brug konden, liepen we weer terug via de haven naar de Paktuinen. Hier aangekomen zagen we aan de linkerkant, bij de garage van de Ruiter (de Zwaluw), mensen bezig die iets naar binnen brachten. We gingen kijken en bij de deuropening aangekomen, zagen we aan de linker- en rechterzijde rijen van lichamen liggen onder kleden. We werden weggejaagd en danig onder de indruk van wat we allemaal hadden gezien, liepen we in een soort droomtoestand via het Venedie weer naar huis waar we waarschijnlijk ons verhaal deden. Natuurlijk hoorde je niets anders dan praten over het bombardement en ving je ook op wie er waren omgekomen. Het meest schrok ik dan ook dat mijn schoolvriendje Kees Smit was gedood en ook van de postbode Kees Pruis, die vaak bij ons langs kwam en steevast een praatje met mijn moeder maakte. De laatste was onder de Drommedaris gedood, toen hij waarschijnlijk schuilde tegen de bommen. De volgende dag op school, werd er door de onderwijzer over gesproken. Omdat ik op de Timothëus school zat, werd er gebeden voor Keesie Smit, de vader van Henk Kenter en voor alle anderen. Omdat ik in de Kruislaan woonde en de Noorderweg en omgeving ons speelterrein was, heb ik alle begrafenissen langs zien komen. Dit was enige dagen lang, de ene rouwstoet na de andere. Volgens de gegevens waren er 23 burgers omgekomen, maar volgens mij waren er ook nog een paar jongens van de ,,Jugendsturm,, gedood. Al deze begrafenissen waarvan sommige met tromgeroffel, hebben op mij enorme indruk achter gelaten. De begrafenis van Keesie Smit, heb ik niet willen meemaken, daar ik dit gewoon niet kon. Maar ik werd er mee geconfronteerd, toen deze plotseling langskwam,met de kinderen van mijn klas. Ik verstopte me in de poort van mijn ouders, maar keek stiekem om de hoek toen de stoet voorbij de Kruislaan kwam. Was het in bepaalde kringen van Enkhuizen bekend, dat er gebombardeerd zou worden? Dit heb ik me wel eens afgevraagd, omdat ik kort na de oorlog iemand heb horen vertellen, dat tijdens het bombardement, op het dak van het Prorege gebouw, mensen uit vreugde stonden te dansen, toen er gebombardeerd werd. Dit is natuurlijk geen leuk verhaal, maar ik moet er vaak aan denken als ik lees dat, o.a. Nederlandse vliegtuigen tegenwoordig bombarderen en er zoveel burgers omkomen! Jan de Boer. |
|
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.