Bent u op zoek naar specifieke informatie?
Gebruik dan het onderstaande zoekveld.
|
|
Bakker Ekkerman in de BochtMet dit soort banketbakkerskunstwerken (gemaakt van dragant, een soort fondant) heeft Bakker Ekkerman meerdere prijzen gewonnen. Maar zoiets maakte hij uitsluitend op cursussen. Bakker Ekkerman in de BochtWies van Zwol-Ekkerman is een echte bakkersdochter. Op haar
vijftiende kwam ze van school en kreeg ze bij haar vader een eigen
broodwijk.
“Zo heette dat, dan had je een aantal vaste klanten en daar bracht je alle dagen brood. Ik fietste vanaf de Bocht via de Drommedaris naar de Paktuinen. Daar woonde een groot gezin met hele kleintjes en dan was het altijd ‘leg maar neer hoor!’. En af en toe kwam ze in de winkel betalen, dat was voor haar het makkelijkst. Maar met de meeste rekende ik af aan de deur.” Wies moest ook iedere dag naar het einde van de Burgwal fietsen, daar stond maar één huis. Het oudere stel dat daar woonden wilde alle dagen een half broodje, dat was iets van 19 of 20 cent. “Maar goed, het was een klant!” Niet buiten de stad Bakker Ekkerman was echter niet van plan om buiten de Vesting brood te leveren. “De eerste huizen kwamen in de nieuwe wijk, plan Noord, daar bij de Asterstraat. Een klant van ons ging daar wonen, maar mijn vader was een echte Enkhuizer en die ging niet buiten de wallen. Toen was er een collega die zei ‘ik wil je klant wel hebben’. Mijn vader vond dat goed maar zei er achteraan ‘dan wil ik een klant van jouw’.” De klanten zelf vonden het ook goed, ze konden ruilen en haar vader was weer tevreden met een klant die écht in de stad woonde. “Tien jaar later zijn wij in de Kastanjelaan komen wonen en vroeg hij zich af hoe ik nou toch buiten de wallen kon gaan wonen? Daar snapte hij helemaal niks van. Moet je nagaan wat er nu allemaal zit, maar dat hoorde volgens hem niet bij Enkhuizen.” Algemeen Belang ‘Bakkerij Ekkerman in de Bocht’, zoals deze bekend was, heeft ongeveer tien jaar bestaan vanaf 1950. De heer Ekkerman werkte daarvoor bij bakkerij Algemeen Belang, op de Vissersdijk 38 en begon voor zichzelf toen deze werd opgeheven. De eigenaar Van Dam was te oud geworden. Dus Ekkerman kocht een pand op nummer acht in de Bocht en ging een samenwerking aan met de Enkhuizer Broodfabriek. Daar kwam het brood vandaan en hij bakte zelf koek en taart. Chocolade voor Sinterklaas “Voor Sinterklaas had hij altijd van die grote blokken couverture, dat was heel harde chocolade. Dat moest je smelten tot een bepaalde temperatuur. Als het te warm werd, sloeg de chocolade wit uit. Als het niet warm genoeg werd, smolt het niet goed in de hoekjes van de letters, de hartjes en alles wat hij maakte. Daar begon hij in november al aan, dat was altijd een prachtige tijd. En al kwam hij een letter tekort, kon hij die zo bijmaken. Hij had daar al die mallen voor in huis.” Kapotte schenen Wies had een mand op haar fiets voor het rondbrengen van het brood, maar haar vader had een bakfiets. “Hij had altijd kapotte schenen, het was een doortrapfiets en die trappers bleven doorgaan als hij stopte. Die kwamen tegen zijn schenen aan en die lagen dan weer open. Maar hij had ook heel vaak in de bakkerij zijn armen verbrand. Bij Algemeen Belang moest hij met zo’n smalle schietstok die broden in en uit de oven halen. Dan kwam hij met zijn armen tegen die oven aan. Hij had een hele hoge pijngrens. Hij voelde het niet eens eigenlijk.” Brood voor jonge matrozen Rond 1955 kregen ze veel klanten van de schipperij. “Dat waren marineschepen met leerlingen van de marine. Als die in de haven waren, mocht ik brood brengen. Nou, een meisje van 16, 17 jaar bij aankomende matrozen. Dat was prachtig, een hele leuke tijd! Het was ook elke keer weer een gevecht met de concurrent, wie was er het eerste bij het schip? Maar ze kenden mijn vader, dus dat lukte vaak wel. Ze kwamen vaak onverwachts, maar ze lieten wel eens weten wanneer ze er ongeveer weer waren. En dan speel je daarop in.” Urkers op maandagochtend Niet alleen de marine was een goede klant, ook de Urkers. “Die gingen op maandagochtend naar hun vloot in de Noordzee. En die kwamen bij ons langs. Want ze moesten van de Urkersteiger, ook wel Harlingersteiger, door de Bocht naar de haven. Daar lagen hun schepen. Bij ons kwamen ze altijd brood en spritsen halen. De andere helft van de Urkers ging dan naar slagerij Kroeb, om paardenworst. Dan hadden ze voor de hele week genoeg, en op de terugweg kwamen ze weer om brood en koek of cake. Als ze een goede week hadden gehad, gaven ze het ook heel vrolijk weer uit. Dat waren altijd hele goede klanten. De bakkerij is in 1960 aan de familie Keesman verkocht. Ongeveer acht jaar heeft Wies brood rondgebracht en in de winkel gewerkt met haar moeder. “De laatste paar jaar niet. Ik heb één zus maar die heeft niet meegewerkt in de zaak. Die werkte bij de Gebr. Sluis. Ze is later wel getrouwd met een bakker, dus het bleef in de familie! Carina Jonker Met dank aan mevrouw Van Zwol-Ekkerman |
|
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.