Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

'Cultuur' eind jaren '40 én begin jaren '50

Volgende Vorige Overzicht
Avatar van op 1/8/11 door Marinus Schoen
Zuiderspui 4. Foto: M. Schoen, juli 2011. +
Zuiderspui 4. Foto: M. Schoen, juli 2011.

'Cultuur' eind jaren '40 én begin jaren '50

Het zal zomer 1948 of ‘49 geweest zijn toen de grotere kinderen van de havenbuurt van Enkhuizen aankondigden dat ze een toneelstuk gingen opvoeren. Alie de Haan en mijn oudste broer Piet speelden de hoofdrol. Mijn één na oudste broer Cees mocht alleen van hen meedoen als hij de Beer wilde spelen. De Beer spelen was helemaal niet leuk want dat betekende op je hurken heen en weer springen in een dicht gebonden jutezak als op een gegeven moment dat in het spel werd vereist. Cees wilde niet buitengesloten worden en stemde schoorvoetend toe. Twee cent entree werd gevraagd, die ik gelukkig van thuis meekreeg en betrad de donkere schuur van de familie De Haan in de Paktuinen, daar waar nu de nieuwe huizen staan van het Paktuynenkwartier.

 

Voorstelling

Toeschouwers zaten op planken die over een paar kisten waren gelegd en de voorstelling begon. Het verhaal weet ik niet goed meer maar wel dat er een pauze werd ingelast en dat je toen weer naar buiten moest. Wilde je het vervolg van de voorstelling zien dan moest er opnieuw twee cent worden betaald. Wat een probleem, met veel gejammer hadden mijn jongere broertje Klaas en ik allebei twee centen van thuis meegekregen maar dat zou vanzelf niet weer gebeuren. De Beer hadden we nog niet eens zien dansen en dat wilden we wel graag.

 

Grootouders

We liepen naar onze grootouders die aan de Havenweg woonden. Bij de bel konden we nog niet en bonsden op de deur, gelukkig deed opoe open. We legden haar het probleem voor en smeekten haar om twee centen. Nou, vooruit zei opoe en liep naar achteren om ze te halen. Opa loerde de gang in en zag ons staan en vroeg aan opoe of we niet binnen kwamen.

Nee, zei ze, en vertelde hem maar niet dat we om centen kwamen, want in die jaren nog zo vlak na de oorlog was het daar ook geen vetpot. Terug bij de voorstelling zagen we de Beer dansen, omvallen en weer opkruipen, weer omvallen en het touw sprong van de jutezak. Mijn broer Cees, heel erg bezweet ontdeed zich van de jutezak en de voorstelling was ten einde.

 

Goed voorbeeld doet goed volgen.

Enkhuizen, Zuiderspui 4. Het huis uit 1657 met die prachtige ornamenten en trapgevel, helemaal gerestaureerd door de Hendrik de Keyzer stichting, waarin burgemeester Steven de Vreeze ook nog woonde, daarin woonde in de jaren vijftig de familie Abbekerk. Een groot gezin met meerdere jongens waarvan Theo en Jan van onze leeftijd waren. Van hun moeder, die wij vrouwtje Abbekerk noemden, mochten we bij slecht weer met die jongens wel eens spelen in het Souterrain. Niet dat we die kamer zo noemden, dat woord kenden we niet eens, maar om uit te leggen dat het onderaan in het gebouw was maar geen kelder, je keek vanuit een raam op het water aan de achterkant van het Spui.

 

Genoveva

Op een keer hadden wij een toneelstuk bedacht op basis van de sage ‘Genoveva van Brabant’. Die sage hadden we in een boek gelezen. Boeken leenden we van de Rooms Katholieke Bibliotheek in de Van Bleiswijkstraat. Die bibliotheek was gevestigd in het pand (nu garage) naast het woonhuis van toen de familie Verberne (nu naast tandarts). De heer Verberne leende volgens mij zelf de boeken uit, als ik me goed herinner. Buurmeisje Antine Franx (later helaas op zeventien jarige leeftijd verongelukt) speelde in het stuk mijn vrouw Genoveva. Zelf speelde ik ridder Siegfried en mijn jongste broer Hans speelde onze zoon. Mijn broertje Klaas, een beetje dwars zoals wel vaker, mocht daarom niet meedoen, maar had het verhaal wel gelezen en smoesde toen aan onze moeder dat Antine bloot moest in die rol. Zo stond dat in het boek. In de sage komt voor dat Genoveva samen met haar zoontje omgebracht moet worden. De beul liet haar echter achter in een grot en jaren later zag Siegfried haar daar terug. Genoveva was toen alleen nog gekleed in haar lange haren die tot aan de grond reikten.

 

Bloot

Nou had Antine ook niet van die lange haren maar bloot gaan was helemaal niet waar, niks aan de hand, het was allemaal heel kuis bedacht. Antine was gekleed in een oude jurk die ze van Vrouwtje Abbekerk te leen kreeg. Mijn zoon (broertje Hans) en ik als Siegfried hadden banden (poeties) van wit crêpe papier om onze benen en een mantel van rood crêpe papier. De beul had alleen een mantel. Dat crêpe papier kochten we in de Franseprik (Franse bazar) in de Westerstraat van geld dat we hadden opgehaald door met een tas gevuld met grabbelspullen langs de deuren op de buurt te gaan. De entree voor ons toneelstuk was vijf cent maar veel publiek kregen we niet. Cultuur werd op bezuinigd, ook nu nog!

 

Met dank aan broer Hans die voor dit verhaal verschillende feiten aandroeg.

 

 

Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube