Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Dienstplicht Enkhuizers - Lichting 62-1

Volgende Vorige Overzicht
Avatar van op 1/2/10 door Marinus Schoen
Onderwerp: Anekdotes geef reactie! Tell a friend 6224 Clicks Ongepast  
Staande tweede van links naast de wachtmeester: Bram de Jong, staande tweede van rechts: Rinus Schoen, middelste rij zittende, derde van links: Robbie Boon. +
Staande tweede van links naast de wachtmeester: Bram de Jong, staande tweede van rechts: Rinus Schoen, middelste rij zittende, derde van links: Robbie Boon.

Dienstplicht Enkhuizers - Lichting 62-1

1 februari 1962. Drie Enkhuizer jongemannen die hun militaire dienstplicht gingen vervullen stapten samen in de trein naar Amsterdam. Op het Centraal station van Amsterdam stapten ze over in een lange, militaire trein met daarin nog meer jongemannen en reden richting Roosendaal.

Op vele tussengelegen stations werd gestopt en steeds meer luidruchtige jongemannen stapten vrolijk in die trein. Bij het station van Roosendaal stonden autobussen en daar moest in worden overgestapt. De Henkuzers stapte met elkaar in dezelfde bus en reden naar legerplaats Ossendrecht, dicht bij de Belgische grens. Voor de poort van de Legerplaats stopten de bussen, werd de deur van de bus opengerukt en stapte iemand naar binnen die schreeuwde: ‘Sigaretten uit, bek dicht, geen woord meer!’ Verbouwereerd zei iemand nog iets, maar de schreeuwlelijk (rangen en standen kenden we nog niet), brulde met overslaande stem: ‘koppen dicht, begrepen!’

Er werd te verstaan gegeven dat we met onze bagage naar het plein achter de poort moesten lopen om ons daar op te stellen in rijen en toen begon het wachten. Rij voor rij werd de kantine binnen geleid waar je aan lange tafels werd ingeschreven en een kamer kreeg toegewezen. De Henkuzers ontdekte dat er telkens twintig man werd afgeteld die bij elkaar in een kamer kwamen en ze verschoven zo in de rij dat ze uitgeteld bij elkaar op de kamer kwamen.

In Legerplaats Ossendrecht begon de dienstplicht voor Bram de Jong uit de Klopperstraat, Robbie Boon uit de Torenstraat en Rinus Schoen van de Breedstraat. In de ons toegewezen kamer stonden aan weerskanten stapelbedden met daar tussenin voor elke man een metalen kast. PSU (Persoonlijke Uitrusting) werd door ons in ontvangst genomen met de instructie hoe het in je kast moest worden ingedeeld. Het groene ondergoed, handdoeken en dergelijk moest op mes breedte worden gevouwen en in rechte stapeltjes in de kast gelegd. De dekens werden gevouwen tot een wolletje in een bepaalde afmeting. In het begin deed je dat op de vloer langs een maatstok, later was je er zo bedreven in dat het zonder maatstok kon.

Rob werd mijn slapie, hij sliep beneden en ik boven op het stapelbed en Bram beneden links naast Rob. De andere jongens op de kamer kwamen uit verschillende delen van Nederland, alleen van één heb ik de naam onthouden, Toontje Bond uit Amsterdam. Hij was toen al getrouwd en dat was toch wel bijzonder op zo’n jonge leeftijd. We leerden rangen en standen in de militaire orde, schieten met een karabijn, bajonet vechten door met veel geschreeuw de bajonet op geweer in een pop van stro te steken, handgranaat gooien, exerceren, tijgeren en de stormbaan nemen.

De meeste moeite had ik met exerceren. Als langste soldaat liep ik links vooraan van de groep en op het commando ‘rechts uit de flank’, telde je in jezelf, een, twee drie, draaide en stampte met je voeten, stak je rechterarm naar voren en de hele groep liep, als het goed ging, keurig in rechter richting. Ik ben linkshandig en menige keer telde, draaide en stampte ik en liep dan als enige de linkerkant uit terwijl de groep naar rechts liep. Woest werd de wachtmeester en ik kreeg aan mijn linkerarm een bosje stro gebonden ter onderscheiding van links en rechts. Stro genoeg want we sliepen op strozakken die we zelf af en toe moesten bijvullen in de blauw geruite tijk.

Ook gold de groetplicht op het kazerneterrein en daar buiten. Duf en slaperig niet goed oplettend tijdens de les in rangen en standen kon je er geen touw aan vastknopen. Dat brak ons op tijdens het passagieren in het dorp toen we werden afgeblaft door een of andere pief die ons staande hield en blafte ‘waarom we niet konden groeten’. Geschrokken groetten we daarna iedereen in uniform, buschauffeurs incluis, zij lachten zich rot.

Als de klas naar buiten moest, klonk een fluitsignaal waarop naar buiten werd gerend. Als langste soldaat van die klas stelde ik mij vooraan op en de rest moest zich al dribbelend op mij richten. Op het commando ‘rechtsom keert’ draaide de groep en liepen we de armen hoog opzwaaiend in het marstempo aangegeven door de wachtmeester. We werden overal naar toe afgemarcheerd, naar de ‘vreetschuur’, naar de dokter, naar de appelplaats, naar de voertuigen, naar de poort, je kon het zo gek niet bedenken, je werd altijd afgemarcheerd. Als je naar de dokter moest werd je zelfs in je uppie daarheen afgemarcheerd door bijvoorbeeld een korporaal voertuigen.

Gedrieën gingen we verplicht in uniform met weekendverlof. Tot Amsterdam met een militaire trein en daarna met de stoptrein naar Enkhuizen. Vader en moeder Boon stonden met hun auto bij het station en brachten mij ook naar huis. ’s Zondags voor twaalf uur ’s nachts moest je weer ‘binnen zijn’. Voor dat verlof reisde je een halve dag heen en een halve dag terug van Ossendrecht naar Enkhuizen, was zo amper een dag thuis, maar je had het thuisfront én de Drommedaris weer gezien.

Na de basis opleiding zijn we alle drie naar verschillende vervolgopleidingen gestuurd en heeft ieder van ons als Lichting 62-1 verder een andere militaire diensttijd beleefd. Een diensttijd die vanwege de Nieuw-Guinea crisis in die tijd verlengd was van achttien naar twintig maanden.
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube