Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 
0 stemmen

Köster, Kwaliteit in kleding

Volgende Vorige Overzicht
Onderwerp: Middenstand 2 reacties Tell a friend 6370 Clicks Ongepast  
Hans Köster in de dooropening van de herenmodezaak op Westerstraat 69. +
Hans Köster in de dooropening van de herenmodezaak op Westerstraat 69.

Köster, Kwaliteit in kleding

In de Westerstraat was tot en met 1983 een kledingzaak te vinden die stond voor kwaliteit en vernieuwing. Want zij waren het die de boetiek in Enkhuizen introduceerden. Tegenwoordig wonen Hans en Ria Köster op de Parklaan, daar vertellen zij over de geschiedenis, de moeilijke tijden en de successen van de kledingzaken onder de naam Köster.

De naam Köster staat in een lijn met textiel. In 1783 begint de Duitse Hans Heinrich Köster uit Mettingen in Avenhorn zijn handel in baai. Na vijftig jaar komen de Kösters naar Enkhuizen en beginnen daar in de Westerstraat een textielhandel. Uiteindelijk ontstaan er in de Westerstraat twee kledingzaken van de Gebroeders Köster tegenover elkaar, een herenmodezaak en een damesmodezaak. Als Hans en Ria trouwen in 1951 komen zij in de herenmodezaak op nummer 69.

Grote gezinnen in de avonduren
Volgens Hans Köster was het ook een hele moeilijke tijd. “Er was geen geld in Enkhuizen. Je verkocht je spullen en dan ging het op de nieuwe aardappelen af. Zijn vrouw is het met hem eens maar zegt wel dat Köster goed stond aangeschreven. Voor een goed pak of een mooie jas moest je wel bij Köster zijn. “Het moest dan ook wel allemaal pico-kwaliteit zijn, daar hielden ze wel van. Want tot in de streek aan toe, die grote gezinnen, daar gingen we ’s avonds op af. Die moeder haalde we dan op met twee of drie kinderen en de volgende dag weer. Want ze hadden er soms wel twaalf. En moeder ging in het midden van de zaak zitten en liet al die kinderen opdraven. Jantje, pietje en klaasje hadden niks te vertellen. Aankleden en vervolgens dat is goed, dat is niet goed. Moeder vertelde alles en aangekleed gingen ze weer weg. Ik dacht, zo kun je wel twaalf kinderen hebben!”

“Dat was toen heel gewoon hoor.” Geeft Hans toe. “Maar je was ’s avonds wel aldoor in de weer. Ik moest ze ophalen in Hoogkarspel of waar ook. Er werd in die tijd slecht verdient. Het is echt de moeilijkste tijd van Enkhuizen geweest.”

Anders gaan we emigreren
Rond 1960 komt het toerisme op gang. In dat jaar verhuist het gezin naar de zaak op nummer 64. Die winkel werd eerst gerund door Paul Köster, de broer van Hans, samen met zijn ouders. Maar Paul vertrekt naar Kreyemborg in Den Haag en de zaak op Westerstraat 69 wordt verkocht.

“Een heel groot huis dat helemaal doorliep tot aan de Karnemelksluis. Je had wel 25 meter gang en vijf trappen!” Ria deed vooral de zaak en Hans was van de verbouwingen. “Hij heeft wel dertig verbouwingen op z’n naam staan!” Zo besluiten ze ook om op dat moment nog eenmaal groots te verbouwen. En als dat te weinig op zou leveren, lagen de plannen klaar om te emigreren naar Nieuw-Zeeland. De zaak kreeg nieuwe deuren die automatisch open en dicht gingen. Ze gingen met hun tijd mee, maar achteraf hadden ze die pui van teak en marmer laten staan. “Dat doe je met je volle verstand, maar achteraf denk je, wat had dat nu een uitgesproken en mooie pui geweest.” De zaken gingen weer goed, dus de plannen om te emigreren bleven uit.

Franjes en Afghaanse jassen
Ria denkt bij de vraag naar mooie herinneringen vooral terug aan de start van de eerste boetiek. “Dat we de boetiek begonnen in 1969 vond ik wel heel leuk. De herenmode was op z’n end aan het komen, dat werd minder. En we waren de eerste boetiek in Enkhuizen. Ik kom uit Amsterdam dus ik vond het al gauw erg stil hier, ik wilde wel wat reuring erin brengen. Dus toen besloten we een boetiek te beginnen. Wij naar Amsterdam, we hebben de gekste dingen gekocht! Franjes, zelfs Afghaanse jassen, ze stonken de tent uit! Maar het werd een mooie boetiek, achterin het huis, in het steegje de Roopaardsteiger. En de zaak aan de voorkant bleef gewoon herenmodezaak.”

Hans Köster vertelt dat het in de omgeving niet direct duidelijk was wat voor soort winkel de nieuwe boetiek zou worden. “Het grappige was, in Enkhuizen hadden ze nog nooit van een kledingboetiek gehoord of gezien. En je had ook seksboetieks, die kende ze wel. En toen was er nog een dame die hield Ria aan ‘Nou, ik vind het toch eigenlijk niet leuk hoor mevrouw Köster, dat u een seksboetiek gaat beginnen. Dat had ik nooit achter u gezocht’.” Ria vult aan. “Ik zei tegen haar: ga dan maar eens snel mee naar binnen en even kijken! Dat was dus de eerste boetiek en dat was goud.”

Kwestie van de juiste formule

“En toen begon opeens iedereen met een boetiek. Als paddenstoelen kwamen ze uit de grond, alles kwam en alles verdween. En wij bleven daar zitten. Het werd te klein, dus kon hij in 1971 weer verbouwen. Hij verbouwde een stuk uit de tuin met de boetiek. Het maakt niet uit waar je zit, als je de formule maar hebt, dat is hier de kwestie. Als het niet gaat, heb je die formule niet. Want waarom kwamen de mensen wel in onze steeg, gewoon in een steeg? Het was er altijd druk. En als ze een grotere maat moesten hebben, gingen ze door ons huis, naar de zaak aan de voorkant. Dat vonden de mensen mooi, twee zaken onder één dak.”

‘t Kaperschip

Rond 1973 constateerde ze dat de boetiek zo goed liep dat ze het naar voren gingen verplaatsen. Dus meneer Köster ging weer aan het verbouwen. Wat hem goed afging volgens zijn vrouw, die hem een man met gouden handjes noemt. De verbouwing tot boetiek ’t Kaperschip heeft nog een bijzonder verhaal verteld hij. “We hadden toen de hele zaak vol met doodskistenplanken. Die kon ik toen kopen voor een prikkie, dat was een afgekeurde partij. Voor echte eiken planken ging de Firma Boon helemaal naar de Balkan. Maar toen kreeg deze firma de grote strop dat het geleverd werd, ze waren allemaal te kort! Een doodskist moet, laat ik maar zeggen, twee meter zijn. Ze hadden een reuze strop! Want het was een hele stapel. Daar heb ik toen de hele binnenkant van de zaak mee bekleed, karveelbouw. Een beetje antiek, alsof het een kapersschip vanbinnen was. Met een mast en een opgerold groot zeil. Allemaal flauwekul natuurlijk, maar voor de aankleding, dat moest het doen. En dat deed het ook.”

Twee eeuwen
Rond april en mei van het jaar 1983 sieren de kranten een jubileumadvertentie van de Kösters. Met foto’s van alle vroegere en huidige eigenaren. De kledingzaak in de Westerstraat. De boetiek van hun dochter Marjan in Wervershoof en de Zeilmakerij van zonen Guus en Roland aan de Havenweg (inmiddels de Paktuinen). Zij vierden 200 jaar familiegeschiedenis in de textielhandel.

Gebrek aan opvolging
Datzelfde jaar in juli heeft de Boetiek ’t Kaperschip weer een grote advertentie in de kranten. Maar ditmaal ging het om een opheffingsuitverkoop. Vanwege, zoals de advertentie laat weten, gebrek aan opvolging. “Hans werd zestig, en de jongens hebben we allebei in de zaak gehad, maar die wilden dat niet meer.” Maar de traditie van de Kösters in textiel leeft voort in de zaken van hun kinderen.


Carina Jonker

Met dank aan meneer en mevrouw Köster
Om op artikelen te kunnen reageren moet je als lid ingelogd zijn.
Als je al lid bent kunt hier inloggen of klik hier om een lidmaatschap aan te vragen.
Commentaar op dit artikel:
2 reacties op dit artikel
  • Re: Köster, Kwaliteit in kleding
    Gepost door Marinus Schoen, op 10/4/10
    Vond tussen mijn garderobe nog een kledinghanger van de Firma Köster, de foto daarvan had ik hier graag willen bijplaatsen maar weet niet hoe.

  • Re: Köster, Kwaliteit in kleding
    Gepost door Marinus Schoen, op 10/4/10
    Vond in mijn garderobe nog een kledinghanger van de Firma Köster had een foto van dit antieke hangertje? hier graag bij willen plaatsen, maar weet niet hoe.

Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube